21.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 428/2
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) op 21 juni 2016 — Die Länderbahn GmbH DLB/DB Station & Service AG
(Zaak C-344/16)
(2016/C 428/03)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Die Länderbahn GmbH DLB
Verwerende partij: DB Station & Service AG
Prejudiciële vragen
1)
Is een nationale bepaling op grond waarvan de spoorweginfrastructuurgebruiker, die door de infrastructuurbeheerder voor een civiele rechter wordt gedaagd tot betaling van gebruiksrechten of de terugbetaling van betaalde gebruiksrechten verlangt, kan betogen dat het door de infrastructuurbeheerder ingestelde gebruiksrecht niet billijk is, verenigbaar met de bepalingen van de richtlijn (1) inzake de beheersmatige onafhankelijkheid van de infrastructuuronderneming (artikel 4, leden 1, 4 en 5), de beginselen van de instelling van de gebruiksrechten (artikel 7–12) en de taken van de toezichthoudende instantie (artikel 30)?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend dient te worden beantwoord: is een nationale bepaling volgens welke de rechter, wanneer hij van oordeel is dat het ingestelde gebruiksrecht niet billijk is, gerechtigd en verplicht is om bij rechterlijke uitspraak het in de plaats daarvan verschuldigde gebruiksrecht vast te stellen, verenigbaar met voornoemde bepalingen van de richtlijn?
(1) Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PB 2001, L 75, blz. 29).
Full & Egal Universal Law Academy