19.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 343/33
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht München (Duitsland) op 6 juli 2016 — Soha Sahyouni/Raja Mamisch
(Zaak C-372/16)
(2016/C 343/45)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht München
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Soha Sahyouni
Verwerende partij: Raja Mamisch
Prejudiciële vragen
1)
Vallen gevallen van buitengerechtelijke huwelijksontbinding — in dit geval op basis van de Sharia door een eenzijdige verklaring van een echtgenoot bij een religieuze rechtbank in Syrië — ook binnen de werkingssfeer van artikel 1 van verordening (EU) nr. 1259/2010 (1) van de Raad van 20 december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed?
2)
Ingeval vraag 1 bevestigend wordt beantwoord:
Dient bij de toepassing van verordening (EU) nr. 1259/2010, [in het kader van de toetsing van] artikel 10 ervan in gevallen van buitengerechtelijke huwelijksontbinding,
(1)
in abstracte zin rekening te worden gehouden met een vergelijking waaruit blijkt dat het volgens artikel 8 toe te passen recht weliswaar ook aan de andere echtgenoot toegang tot echtscheiding verleent, maar op grond van diens sekse de toegang tot echtscheiding afhankelijk wordt gesteld van andere procedurele en materiële voorwaarden dan bij de ene echtgenoot,
of
(2)
is het voor de werking van die bepaling nodig dat de toepassing van het in abstracte zin discriminatoire buitenlandse recht ook in het specifieke geval — in concrete zin — discrimineert?
3)
Ingeval vraag 2, onder (2), bevestigend wordt beantwoord:
Vormt instemming van de gediscrimineerde echtgenoot met de echtscheiding — ook bij wijze van aanvaarding van compensatiebetalingen — reeds aanleiding om die bepaling niet toe te passen?
(1) PB 2010, L 343, blz. 10.