22.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/19
Hogere voorziening ingesteld op 6 juli 2016 door Aughinish Alumina Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer — uitgebreid) van 22 april 2016 in de gevoegde zaken T-50/06 RENV II en T-69/06 RENV II, Ierland en Aughinish Alumina Ltd/Europese Commissie
(Zaak C-373/16 P)
(2016/C 305/28)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Aughinish Alumina Ltd („AAL”) (vertegenwoordigers: C. Little en C. Waterson, solicitors)
Andere partijen in de procedure: Ierland en Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 22 april 2016 in zaak T-69/06 RENV II vernietigen;
—
de Commissie verwijzen in alle kosten die AAL in het kader van deze procedure heeft gemaakt.
Middelen en voornaamste argumenten
AAL voert twee middelen aan tegen het voornoemde arrest van het Gerecht.
Eerste middel: onjuiste beoordeling van de uitzonderlijke omstandigheden; schending van het vertrouwensbeginsel; ontoereikende motivering.
AAL stelt dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij zijn beoordeling van AAL’s gewettigd vertrouwen, in het bijzonder bij de beoordeling of sprake was van „uitzonderlijke omstandigheden”. Dit middel valt uiteen in vier onderdelen.
Eerste onderdeel: het Gerecht heeft zich vergist wat de draagwijdte en de gevolgen van het arrest van het Hof in zaak C-272/12 P betreft.
Tweede onderdeel: het Gerecht heeft ten onrechte vastgesteld dat AAL’s situatie moest worden onderscheiden van de situatie die in de zaak RSV (223/85) aan de orde was.
Derde onderdeel: het Gerecht heeft de rechtspraak van het arrest Demesa (C-183/02 P en C-187/02 P) ten onrechte aldus uitgelegd dat AAL op grond daarvan geen gewettigd vertrouwen in het uitblijven van terugvordering kon koesteren.
Vierde onderdeel: het Gerecht heeft ten onrechte nagelaten de vereiste afweging tussen publieke en particuliere belangen te verrichten. Daardoor heeft het Gerecht het vertrouwensbeginsel geschonden en het heeft zijn fout nog verergerd doordat het zijn arrest ontoereikend heeft gemotiveerd.
Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting wat de uitlegging van artikel 1, onder b), i), van verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad betreft (1)
AAL voert aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij zijn opsomming en toepassing van de voorwaarden waaronder steun als bestaande steun wordt aangemerkt. In het bijzonder betoogt AAL dat het Gerecht artikel 1, onder b), i) van verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad onjuist heeft uitgelegd.
(1) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 1999, L 83, blz. 1).