24.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 7 juli 2016 — Finanzamt Bergisch Gladbach/Igor Butin
(Zaak C-375/16)
(2016/C 392/07)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Finanzamt Bergisch Gladbach
Verwerende partij: Igor Butin
Prejudiciële vragen
1.
Vereist artikel 226, punt 5, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna: „richtlijn 2006/112”) (1) dat een adres van de belastingplichtige wordt vermeld waarop hij zijn economische activiteiten uitoefent?
2.
Indien de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord:
a)
Volstaat het om als adres in de zin van artikel 226, punt 5, van richtlijn 2006/112 een postbusadres te vermelden?
b)
Welk adres moet een belastingplichtige op zijn facturen vermelden wanneer hij een onderneming (bijvoorbeeld een internethandelsbedrijf) drijft die niet over bedrijfsruimte beschikt?
3.
Moet de aftrek van voorbelasting in gevallen waarin niet aan de formele factuurvereisten van artikel 226 van richtlijn 2006/112 is voldaan, steeds worden toegestaan wanneer er geen sprake is van btw-fraude of de belastingplichtige niet wist of kon weten dat hij betrokken was bij btw-fraude, of vereist het vertrouwensbeginsel in dat geval dat de belastingplichtige alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om zich van de juistheid van de factuurgegevens te vergewissen?
(1) PB L 347, blz. 1.