14.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 419/25
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Frankfurt am Main (Duitsland) op 14 juli 2016 — FMS Wertmanagement AöR/Heta Asset Resolution AG
(Zaak C-394/16)
(2016/C 419/34)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Frankfurt am Main
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: FMS Wertmanagement AöR
Verwerende partij: Heta Asset Resolution AG
Prejudiciële vragen
1)
Moet richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (1), in het bijzonder artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1 punten 2 en 23, juncto artikel 4, lid 1, punt 1, van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (2), aldus worden uitgelegd dat zij ook van toepassing is op een sterfhuis (afwikkelingsmaatschappij), dat bij de inwerkingtreding van de richtlijn op 2 juli 2014 nog een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van verordening (EU) nr. 575/2013 was (CRR-instelling) maar deze hoedanigheid al heeft verloren vóór het verstrijken op 31 december 2014 van de termijn voor omzetting van de richtlijn in nationaal recht, dat niet meer beschikt over een vergunning voor het uitoefenen van bankactiviteiten en nog slechts op grond van een wettelijke vergunning (bank)activiteiten mag verrichten die dienen tot liquidatie van de portefeuille?
2)
Moet richtlijn 2014/59/EU, met name artikel 43, lid 2, onder b), en artikel 37, lid 6, ervan aldus worden uitgelegd dat een maatregel overeenkomend met het instrument van bail-in van artikel 43 van de richtlijn ook dan onder haar materiële werkingssfeer valt, indien de maatregel als gevolg van een nationale bepaling van de lidstaat van herkomst wordt toegepast in een geval waarin geen reëel uitzicht meer bestaat op herstel van de levensvatbaarheid van het sterfhuis, dat zijn voort te zetten onderdelen reeds na inwerkingtreding van de richtlijn op 2 juli 2014 maar vóór het verstrijken van de omzettingstermijn op 31 december 2014 heeft verkocht, en waarin geen systeemkritische diensten aan een overbruggingsinstelling worden verkocht en ook geen andere bedrijfsonderdelen van de instelling worden verkocht of overgedragen, maar dit sterfhuis uitsluitend dient tot het beheer van activa, rechten en verplichtingen met als doel een gestructureerde, actieve en optimale tegeldemaking van deze afzonderlijke activa, rechten en verplichtingen (liquidatie van de portefeuille)?
3)
Moet artikel 3, lid 2, van richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (3) (zoals gewijzigd door artikel 117 van richtlijn 2014/59/EU) aldus worden uitgelegd dat een door een administratieve instantie van de lidstaat van herkomst van het sterfhuis vastgestelde verlaging van de verplichtingen van het sterfhuis, welke verplichtingen aan het recht van een andere staat zijn onderworpen, evenals de verlaging van de rentevoet en de opschorting van verplichtingen in [Or. 3] de lidstaat waar de desbetreffende schuldeiser is gevestigd en aan welks recht de verplichtingen zijn onderworpen, zonder verdere formaliteiten volledige rechtswerking hebben, of is vereist daarvoor dat het sterfhuis (de afwikkelingsmaatschappij) onder de personele werkingssfeer van richtlijn 2014/59/EU (overeenkomstig de eerste prejudiciële vraag) en de vastgestelde maatregel onder de materiële werkingssfeer van richtlijn 2014/59/EU valt?
Betekent „zonder verdere formaliteiten volledige rechtswerking hebben” dat een rechterlijke instantie van een lidstaat, die binnen het kader van het op de verplichtingen toepasselijke recht moet oordelen over de erkenning van de naar het recht van de lidstaat van herkomst vastgestelde maatregelen, geen toetsingsbevoegdheid heeft ten aanzien van de verenigbaarheid van de genoemde maatregelen met richtlijn 2014/59/EU?
(1) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad, PB L 173, blz. 190.
(2) Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, PB L 176, blz. 1.
(3) Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen, PB L 125, blz. 15.
Full & Egal Universal Law Academy