24.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/17
Hogere voorziening ingesteld op 12 augustus 2016 door Trenzas y Cables de Acero PSC, SL tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 2 juni 2016 in de gevoegde zaken T-426/10–T-429/10 en T-438/12–T-441/12, Moreda-Riviere Trefilerias e.a./Commissie
(Zaak C-459/16 P)
(2016/C 392/21)
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirante: Trenzas y Cables de Acero PSC, SL (vertegenwoordigers: F. González Díaz, A. Tresandi Blanco, V. Romero Algarra, abogados)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
Vernietiging van het arrest van het Gerecht van 2 juni 2016 in de zaken T-426/10–T-429/10, en in het bijzonder in zaak T-428/10, Trenzas y Cables de Acero PSC, SL/Europese Commissie
—
Verwijzing van de Commissie in de kosten van deze procedure en in die van de procedure bij het Gerecht
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het een onjuist juridisch criterium heeft toegepast waar het heeft geoordeeld dat Tycsa PSC een economische eenheid vormde met MRT. Trenzas y Cables — de onderneming die het volledige kapitaal van Tycsa PSC in handen had — heeft immers opgehouden te bestaan en MRT is niet de rechtsopvolgster van Trenzas y Cables.
2.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de toepassing van het relevante juridisch criterium en heeft zijn motiveringsplicht verzaakt voor zover het niet heeft uiteengezet waarom de verklaringen op erewoord van de algemeen directeuren van Tycsa PSC grondslag missen als juridisch relevante aanwijzing voor het bestaan van een economische eenheid.
3.
Het Gerecht heeft de feiten — meer bepaald de indrukken van de concurrenten — onjuist gekwalificeerd waar het heeft geoordeeld dat die indrukken een aanvullende aanwijzing vormen en dus juridisch relevant zijn om aan te tonen dat Tycsa PSC, GSW en de overige ondernemingen waarin GSW participeert, een economische eenheid vormen.
4.
Het Gerecht heeft de feiten — meer bepaald de personele overlappingen tussen Tycsa PSC, GSW en de overige ondernemingen waarin GSW participeert — onjuist gekwalificeerd waar het heeft geoordeeld dat die overlappingen een aanvullende aanwijzing vormen en dus juridisch relevant zijn om aan te tonen dat die ondernemingen een economische eenheid vormen.
5.
Het Gerecht heeft de feiten — meer bepaald de bijeenkomst van Trenzas y Cables en een concurrent — onjuist gekwalificeerd waar het heeft geoordeeld dat die bijeenkomst een aanvullende aanwijzing vormt waaruit blijkt dat Tycsa PSC deel uitmaakt van een economische eenheid met GSW als moedermaatschappij.
6.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de beoordeling van het bewijs en is hoe dan ook zijn verplichtingen op het gebied van rechterlijke toetsing niet nagekomen, doordat het rekwirantes argument volgens hetwelk zij niet behoort tot de economische eenheid bestaande uit Trenzas y Cables en GSW, heeft afgewezen zonder de overgelegde bewijzen ter weerlegging van het vermoeden van uitoefening van beslissende invloed ook maar enigszins te beoordelen.
7.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting waarbij het rekwirantes rechten van verdediging heeft geschonden, aangezien het heeft geoordeeld dat de Commissie haar recht om te worden gehoord, heeft geëerbiedigd voor zover die zich bij haar beoordeling van rekwirantes vermogen om te betalen heeft gebaseerd op door rekwirante aangevoerde en haar bekende feiten.
8.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de beoordeling van het bewijs en heeft hoe dan ook zijn bevoegdheden tot rechterlijke toetsing niet in overeenstemming met het recht uitgeoefend. Het heeft zijn motiveringsplicht verzaakt en heeft tot slot de feiten en het bewijs inzake de mogelijkheid voor rekwirante om externe financiering te verkrijgen, onjuist opgevat.
9.
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de beoordeling van het bewijs en is hoe dan ook zijn verplichting tot volledige rechterlijke toetsing niet nagekomen, waar het heeft geoordeeld dat rekwirante de Commissie niet de informatie heeft verstrekt die zij nodig had om de omvang van het vermogen van haar aandeelhouders te beoordelen. Voorts heeft het Gerecht zijn motiveringsplicht verzaakt voor zover het niet heeft uiteengezet waarom de door Tycsa PSC aangevoerde verslagen van Deloitte geen bewijskracht hebben.
Full & Egal Universal Law Academy