9.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 6/24
Hogere voorziening ingesteld op 13 september 2016 door Bundesverband Souvenir — Geschenke — Ehrenpreise e.V. tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 5 juli 2016 in zaak T-167/15, Bundesverband Souvenir — Geschenke — Ehrenpreise e.V./Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
(Zaak C-488/16 P)
(2017/C 006/32)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirant: Bundesverband Souvenir — Geschenke — Ehrenpreise e.V. (vertegenwoordiger: B. Bittner, Rechtsanwalt)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, Freistaat Bayern
Conclusies
Rekwirant verzoekt:
1.
arrest T-167/15 van 5 juli 2016 te vernietigen;
2.
Uniemerk nr. 010144392 „Neuschwanstein” nietig te verklaren;
3.
het EUIPO te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirant betoogt dat het bestreden arrest schending oplevert van de artikelen 7, lid 1, onder c), 7, lid 1, onder b), en 52, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 (1), en voert daartoe de hierna volgende middelen aan.
1.
Het Gerecht is eraan voorbij gegaan dat de benaming „Neuschwanstein” een geografische herkomstaanduiding is. In punt 27 van dat arrest — dat op zich reeds tegenstrijdig is — heeft het Gerecht geoordeeld dat Schloss (kasteel) Neuschwanstein weliswaar „geografisch lokaliseerbaar” is, maar geen „geografische plaats” betreft, aangezien dit begrip voornamelijk tot het behoud van het erfgoed en niet tot de vervaardiging of de verkoop van souvenirs of diensten strekt. Volgens rekwirant is de „hoofdfunctie” van een geografische plaats evenwel irrelevant met betrekking tot de absolute weigeringsgrond betreffende de herkomstaanduiding. Het Schloss Neuschwanstein is ruimtelijk duidelijk en ondubbelzinnig lokaliseerbaar en — in tegenstelling tot hetgeen het Gerecht heeft verklaard — het verschilt van een gewoon museum, dat wordt gekenmerkt door de daarin getoonde voorwerpen die — anders dan voor Schloss Neuschwanstein het geval is — ook kunnen worden verplaatst.
De in het bestreden arrest gehanteerde analytische benadering van de betrokken benaming als „der neue Stein des Schwans” („de nieuwe steen van de zwaan”) zal in de opvatting van het relevante publiek geen enkele rol spelen, aangezien dit laatste de betrokken fantasienaam uitsluitend met het alom bekende kasteel zal associëren. In die zin is het bestreden arrest ook in strijd met de rechtspraak die het Hof in het zogenoemde „Windsurfing Chiemsee”-arrest (2) heeft ontwikkeld, aangezien het relevante publiek een verband zal leggen tussen de met het teken „Neuschwanstein” aangeduide waren en het Schloss Neuschwanstein als wereldberoemde toeristische attractie. Deze plaats is ongetwijfeld geschikt om een aantrekking op de consument uit te oefenen wegens de ermee verbonden positieve indrukken. Bijgevolg komt de betrokken plaatsnaam als geografische aanduiding niet in aanmerking voor bescherming.
Het dient het algemene belang dat de merkenrechtelijke bescherming van de namen van bekende bezienswaardigheden, althans voor typische souvenirartikelen die als herinnering aan die bezienswaardigheden worden verhandeld en gekocht, niet wordt gemonopoliseerd. In het bestreden arrest is echter niet onderzocht of de waren en diensten waarvoor het betrokken merk is aangevraagd, als souvenirartikelen kunnen worden aangemerkt. Dat was echter inzonderheid te meer noodzakelijk daar het betwiste merk werd aangevraagd voor generieke begrippen, waaronder ook typische souvenirartikelen vallen. Dat in casu de Freistaat Bayern (het land Beieren) de aanvrager was, doet niet af aan deze grondbeginselen, zoals het Gerecht in het arrest MEM/BHIM (Monaco) arrest (3) heeft benadrukt, aangezien voor een overheidsinstantie als merkaanvrager dezelfde algemene beginselen gelden als voor andere marktdeelnemers.
2.
In afwijking van de bestaande rechtspraak is het Gerecht met betrekking tot de weigeringsgrond van het onderscheidend vermogen volgens artikel 7, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 tot de slotsom gekomen dat bij het relevante publiek de indruk zal worden gewekt dat alle met de term „Neuschwanstein” aangeduide waren onder het toezicht van de Freistaat Bayern worden vervaardigd, verhandeld of geleverd (zie punt 43). De kopers van producten die traditioneel in de nabijheid van een bezienswaardigheid worden aangeboden en de naam daarvan dragen, letten in dit verband evenwel niet op de eigenaar van de bezienswaardigheid en gaan niet ervan uit dat deze waren door die eigenaar worden vervaardigd of verkocht. Het teken „Neuschwanstein” dient uitsluitend als herinnering aan hun bezoek van de bezienswaardigheid en de plaats waar zij het product hebben gekocht. Wie de producent ervan is, doet voor het doelpubliek niet ter zake.
3.
Bovendien moet volgens rekwirant ervan worden uitgegaan dat de aanvrager van het merk te kwader trouw was in de zin van artikel 52, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009, aangezien met betrekking tot het relevante publiek dient te worden aangenomen — en voor de merkaanvrager vaststaat — dat zij reeds vóór de indiening van de aanvraag voor het betwiste Uniemerk ermee bekend waren dat in de onmiddellijke omgeving van het Schlos Neuschwanstein verschillende waren worden aangeboden waarop de naam van deze bezienswaardigheid is aangebracht.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB 2009, L 78, blz. 1).
(2) C-108/97 en C-109/97, ECLI:EU:C:1999:230.
(3) T-197/13, ECLI:EU:T:2015:16.