9.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 6/26
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Administrativo e Fiscal de Coimbra (Portugal) op 5 oktober 2016 — Superfoz — Supermercados Lda/Fazenda Pública
(Zaak C-519/16)
(2017/C 006/33)
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Tribunal Administrativo e Fiscal de Coimbra
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Superfoz — Supermercados Lda
Verwerende partij: Fazenda Pública
Prejudiciële vragen
1.
Kan artikel 27, lid 10, van verordening (EG) nr. 882/2004 (1) of enige andere bepaling van Unierecht die, of enig ander algemeen beginsel van Unierecht dat, naar het oordeel van het Hof van Justitie van toepassing is, aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is een nationale bepaling die een belasting ter financiering van officiële controles inzake de voedselveiligheid invoert, die uitsluitend moet worden betaald door eigenaars van een detailhandelszaak in levensmiddelen of in levensmiddelen en andere waren, zonder dat deze belasting beantwoordt aan een specifieke officiële controle die op verzoek of ten gunste van deze belastingplichtigen is verricht?
2.
Luidt het antwoord op de eerste vraag anders ingeval in plaats van een belasting een financiële bijdrage ten gunste van een overheidsinstantie wordt ingevoerd, die van dezelfde belastingplichtigen wordt gevorderd en bestemd is om de kosten van de controles inzake de voedselveiligheid te dekken, maar met als uitsluitend doel de verantwoordelijkheid voor de financiering van deze controles uit te breiden tot alle operatoren van de voedselketen?
3.
Vormt de vrijstelling voor bepaalde economische operatoren van een voedselveiligheidsbelasting die uitsluitend wordt opgelegd aan bepaalde detailhandelszaken in levensmiddelen of in levensmiddelen en andere waren (met name grote detailhandelszaken in levensmiddelen) en dient ter financiering van de kosten voor uitvoering van de officiële controles inzake voedselveiligheid, dierenbescherming en dierengezondheid, plantenbescherming en fytosanitaire bescherming, met de interne markt onverenigbare staatssteun voor zover de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst, doordat bepaalde bedrijven of producties worden begunstigd, in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, of maakt deze vrijstelling van de belasting niet op zijn minst deel uit van staatssteun die overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU bij de Europese Commissie dient te worden aangemeld?
4.
Verzetten de algemene beginselen van het Unierecht, met name het gelijkheidsbeginsel, het non-discriminatiebeginsel, het mededingingsbeginsel (daaronder begrepen het verbod van „omgekeerde discriminatie”) en het beginsel van vrijheid van ondernemerschap zich tegen een nationale bepaling volgens welke:
a.
de plicht tot betaling van de belasting uitsluitend rust op grote detailhandelszaken in levensmiddelen?
b.
van de werkingssfeer van de belasting zijn uitgesloten vestigingen of microbedrijven met een verkoopruimte van minder dan 2 000 m2 die geen deel uitmaken van een groep of geen eigendom zijn van een bedrijf dat één of meer winkellogo’s gebruikt en op nationaal niveau beschikt over een totale verkoopruimte van 6 000 m2 of meer?
(1) Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB 2004, L 165, blz. 1).