30.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 30/23
Hogere voorziening ingesteld op 18 november 2016 door Generics (UK) Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Negende kamer) van 8 september 2016 in zaak T-469/13, Generics (UK)/Commissie
(Zaak C-588/16 P)
(2017/C 030/28)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Generics (UK) Ltd (vertegenwoordigers: I. Vandenborre, advocaat, T. Goetz, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest vernietigen of elke andere passende maatregel treffen
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Eerste middel: Het Gerecht heeft verzuimd aan te tonen dat de schikkingsovereenkomsten een inbreuk met een mededingingsbeperkende strekking vormen in de zin van het arrest Cartes Bancaires. In het bijzonder heeft het Gerecht niet uiteen gezet hoe de schikkingsovereenkomsten zelf blijk geven van een toereikende mate van nadelige invloed op de mededinging zonder dat de feitelijke en potentiële gevolgen ervan zouden hoeven te worden beoordeeld. Het Gerecht brengt op belangrijke punten van het onderzoek van de schikkingsovereenkomsten juist twijfels en onzekerheid tot uiting.
2.
Tweede middel: Het bewijs ter ondersteuning van de vaststellingen van het Gerecht voldoet niet aan de vereisten dat het bewijs juist, betrouwbaar, samenhangend en volledig is. Deze vereisten moeten volgens het Gerecht zijn vervuld opdat is voldaan aan de bewijslast voor een inbreuk met een mededingingsbeperkende strekking.
3.
Derde middel: Het Gerecht heeft de bewijslast omgekeerd waar het aan Generics (UK) de verplichting oplegt om, tot staving van de rechtmatigheid van de schikkingsovereenkomsten, te bewijzen dat er zonder twijfel gedingen zouden zijn ontstaan in geval een lancering risico’s loopt en dat Generics (UK) die gedingen ongetwijfeld zou hebben verloren.
4.
Vierde middel: Het Gerecht heeft verzuimd de afwijzing van de toepasselijkheid van artikel 101, lid 3, VWEU door de Commissie volledig te toetsen.
5.
Vijfde middel: Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zijn toetsingsbevoegdheden te overschrijden waar het een nieuwe inbreuk op artikel 101, lid 1, VWEU heeft vastgesteld die niet in het besluit was geformuleerd en door zijn eigen vaststellingen in de plaats te stellen van die van de Commissie.
6.
Zesde middel: Het Gerecht heeft verzuimd duidelijk, precies en coherent bewijs te verschaffen voor de vaststelling dat Generics (UK) de gestelde inbreuk opzettelijk of uit onachtzaamheid heeft gepleegd als vereist in artikel 23, lid 2, van verordening (EG) nr. 1/2003 (1) van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.
(1) PB 2003, L 1, blz. 1.