3.4.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/27
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 19 december 2016 — Peter Valach e.a./Waldviertler Sparkasse Bank AG e.a.
(Zaak C-649/16)
(2017/C 104/40)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Peter Valach, Alena Valachová, Europa SC ZV II a.s., Europa SC LV a.s., VAV Parking a.s., Europa SC BB a.s., Byty A s.r.o.
Verwerende partijen: Waldviertler Sparkasse Bank AG, Československá obchodná banka a.s., Stadt Banská Bystrica
Prejudiciële vraag
Moet artikel 1, lid 2, onder b), van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (1) aldus worden uitgelegd dat een vordering die strekt tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad jegens leden van een schuldeiserscommissie wegens hun onrechtmatige stemgedrag ten aanzien van een saneringsplan in een insolventieprocedure en die wordt ingesteld door de houders van aandelen in de insolvente schuldenaar — zoals de eerste en de tweede verzoekende partij — en door projectondernemingen die een zakelijke relatie hebben met de insolvente schuldenaar — zoals de derde tot en met de zevende verzoekende partij –, betrekking heeft op insolventie in de zin van artikel 1, lid 2, onder b), van verordening nr. 1215/20 en bijgevolg van de materiële werkingssfeer van deze verordening is uitgesloten?
(1) PB L 351, blz. 1.