13.3.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 78/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Nederland) op 23 december 2016 — M.N.J.P.W. Nooren & J.M.F.D.C. Nooren, erven van M.N.F.M. Nooren tegen Staatssecretaris van Economische Zaken
(Zaak C-667/16)
(2017/C 078/17)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het Bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers: M.N.J.P.W. Nooren & J.M.F.D.C. Nooren, erven M.N.F.M. Nooren
Verweerder: Staatssecretaris van Economische Zaken
Prejudiciële vragen
1)
Heeft de Uniewetgever in de artikelen 70, 71 en 72 van verordening (EG) nr. 1122/2009 (1) van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector voorzien in de mogelijkheid om — zoals hier in geding, waar sprake is van meerdere niet-nalevingen op hetzelfde terrein van de randvoorwaarden — de verlagingen van de steun wegens herhaalde en niet herhaalde niet-nalevingen van randvoorwaarden in geval van nalatigheid enerzijds en opzettelijke niet-nalevingen van randvoorwaarden anderzijds op te tellen?
2)
Zo ja, welk artikel of onderdeel hiervan biedt hiervoor de grondslag en hoe luidt de rekenregel voor deze optelling?
3)
Zo nee, kan hiervoor elders in het Unierecht een grondslag worden gevonden?
(1) PB 2009, L 316, blz. 65.