3.4.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/32
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesarbeitsgericht (Duitsland) op 27 december 2016 — Max-Planck-Gesellschaft zur Förderung der Wissenschaften eV/Tetsuji Shimizu
(Zaak C-684/16)
(2017/C 104/46)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesarbeitsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Max-Planck-Gesellschaft zur Förderung der Wissenschaften eV
Verwerende partij: Tetsuji Shimizu
Prejudiciële vragen
1)
Staat artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (richtlijn 2003/88/EG) (1) of artikel 31, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) in de weg aan een nationale regeling als die van § 7 van het Bundesurlaubsgesetz (BUrlG), volgens welke een werknemer die zijn recht op jaarlijkse vakantie wil uitoefenen effectief vakantie moet aanvragen met opgave van de periode waarin hij deze wil opnemen, dit teneinde te vermijden dat zijn recht op vakantie op het einde van het referentietijdvak zonder mogelijkheid tot compensatie komt te vervallen, en volgens welke de werkgever niet verplicht is om zelf eenzijdig en op voor de werknemer bindende wijze het tijdstip van de vakantie binnen het referentietijdvak vast te leggen?
2)
Ingeval de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
Geldt dit evenzeer wanneer het gaat om een dienstverband tussen particulieren?
(1) PB L 299, blz. 9.