10.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 371/30
Beroep ingesteld op 12 augustus 2016 — ZZ/EIB
(Zaak F-42/16)
(2016/C 371/33)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: N. Lhoëst, advocaat)
Verwerende partij: Europese Investeringsbank (EIB)
Voorwerp en beschrijving van het geding
Verzoek om vergoeding van de schade die verzoeker sinds november 2013 zou hebben geleden
Conclusies van de verzoekende partij
(1)
veroordeling van de EIB tot betaling, aan verzoeker, van een bedrag gelijk aan acht maal zijn jaarsalaris op basis van artikel 33 bis van het personeelsreglement en van artikel 9.1.1. van de administratieve bepalingen die van toepassing zijn op het personeel;
(2)
nietigverklaring van het besluit van de EIB van 4 juni 2015 tot afsluiting van verzoekers RCVP rekening met ingang van 28 februari 2015 en veroordeling van de EIB tot betaling, aan verzoeker, van:
—
een bedrag gelijk aan de betalingen die de EIB zou hebben gedaan op verzoekers RCVP rekening (3 % van zijn jaarsalaris) indien de EIB zijn rekening niet had gesloten, en wel vanaf 28 februari 2015 tot en met de datum van de daadwerkelijke heropening van verzoekers RCVP rekening;
—
de rente die het kapitaal op verzoekers RCVP rekening zou hebben opgebracht indien zijn rekening met ingang van 28 februari 2015 niet was gesloten en indien verzoeker en de EIB hun respectieve betalingen ter hoogte van 3 % van verzoekers jaarsalaris hadden kunnen voortzetten, en wel tot en met de datum van daadwerkelijke heropening van verzoekers RCVP rekening,
(3)
veroordeling van de EIB tot betaling van een vergoeding voor de geleden immateriële schade, welke ex aequo et bono op 15 000 EUR wordt begroot;
(4)
verwijzing van de EIB in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy