22.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/29
Arrest van het Gerecht van 6 april 2017 — Aristoteleio Panepistimio Thessalonikis/ERCEA
(Zaak T-348/16) (1)
((„Arbitragebeding - Zevende kaderprogramma op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie - Contract Minatran - In aanmerking komende kosten - Verstekprocedure”))
(2017/C 161/41)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Aristoteleio Panepistimio Thessalonikis (Thessaloniki, Griekenland) (vertegenwoordiger: V. Christianos, advocaat)
Verwerende partij: Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA) (vertegenwoordigers: M. Pesquera Alonso en F. Sgritta, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 272 VWEU tot vaststelling van het feit dat de vordering in debetnota nr. 3241606289 van ERCEA van 26 mei 2016 tot terugbetaling door verzoekster van een gedeelte — ten bedrage van 245 525,43 EUR — van de subsidie die zij voor het project Minatran heeft ontvangen, ongegrond is en dat dit bedrag overeenkomt met in aanmerking komende kosten
Dictum
1)
De vordering in debetnota nr. 3241606289 van het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA) van 26 mei 2016 tot terugbetaling door Aristoteleio Panepistimio Thessalonikis van een gedeelte — ten bedrage van 245 525,43 EUR — van de subsidie die zij voor het project Minatran heeft ontvangen, is ongegrond en dit bedrag komt overeen met in aanmerking komende kosten.
2)
De gedeeltelijke inning van de gevorderde schuld door het vereffenen van een bedrag van 132 192,12 EUR is in strijd met subsidieovereenkomst nr. 211166 die op 18 augustus 2008 is gesloten met het oog op de uitvoering van het project Minatran en is in strijd met verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.
3)
ERCEA wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 296 van 16.8.2016.