4.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/22
Arrest van het Gerecht van 4 december 2018 — Janoha e.a. / Commissie
(Zaak T-517/16) (1)
((„Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Herziening van het Statuut van 1 januari 2014 - Artikel 6 van bijlage X bij het Statuut - Nieuwe bepalingen voor de toekenning van verlofdagen voor in een derde land tewerkgestelde ambtenaren - Exceptie van onwettigheid - Artikel 10, tweede alinea, van het Statuut - Artikelen 7 en 33 van het Handvest van de grondrechten - Gelijke behandeling - Verworven rechten - Gewettigd vertrouwen - Rechtszekerheid - Misbruik van bevoegdheid”))
(2019/C 44/27)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Andrea Janoha (Christ Church, Barbados), en 5 andere verzoekende partijen wier namen zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest (vertegenwoordiger: O. Mader, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Currall en G. Gattinara, vervolgens G. Gattinara en A.-C. Simon, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Bauer en M. Veiga, vervolgens M. Bauer en R. Meyer, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, strekkende tot nietigverklaring van de besluiten tot vermindering van het aantal verlofdagen van verzoekers met ingang van 2014
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Andrea Janoha en de andere arbeidscontractanten van de Europese Commissie wier namen zijn opgenomen in de bijlage worden verwezen in hun eigen kosten en in die van de Commissie.
3)
De Raad van de Europese Unie draagt zijn eigen kosten.
(1) PB C 388 van 3.11.2014 (zaak aanvankelijk ingeschreven bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie onder nummer F-86/14, en op 1 september 2016 overgedragen aan het Gerecht van de Europese Unie).
Full & Egal Universal Law Academy