5.2.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 42/17
Arrest van het Gerecht van 14 december 2017 — Martinez De Prins e.a. / EDEO
(Zaak T-575/16) (1)
((„Openbare dienst - Ambtenaren - Personeelsleden - Bezoldiging - In een derde land tewerkgesteld personeel van EDEO - Artikel 10 van bijlage X bij het Ambtenarenstatuut - Jaarlijkse evaluatie van de toelage wegens bijzondere levensomstandigheden - Besluit om die vergoeding voor Ghana te verminderen van 25 naar 20 % - Exceptie van onwettigheid”))
(2018/C 042/24)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: David Martinez De Prins (Accra, Ghana) en 9 andere verzoekers wier namen zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest (vertegenwoordigers: N. de Montigny en J.-N. Louis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (vertegenwoordigers: S. Marquardt, gemachtigde, bijgestaan door M. Troncoso Ferrer, F.-M. Hislaire en S. Moya Izquierdo, advocaten)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, strekkende tot nietigverklaring van verzoekers’ salarisafrekeningen over de maand maart 2015 en volgende, voor zover die salarisafrekeningen toepassing geven aan het besluit van EDEO van 23 februari 2015 om de toelage wegens bijzondere levensomstandigheden voor het in Ghana tewerkgesteld personeel van de Europese Unie met ingang van 1 januari 2015 te verminderen
Dictum
1)
De salarisafrekeningen over de maand maart 2015 van David Martinez De Prins en van de andere ambtenaren en functionarissen van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) wier namen zijn opgenomen in de bijlage worden nietig verklaard, voor zover daarbij toepassing wordt gegeven aan het besluit van EDEO van 23 februari 2015 tot vermindering, met ingang van 1 januari 2015, van de toelage wegens bijzondere levensomstandigheden die wordt uitgekeerd aan het personeel van de Europese Unie dat in Ghana is tewerkgesteld.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
EDEO wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 111 van 29.3.2016 (zaak aanvankelijk ingeschreven bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie onder nummer F-153/15, en op 1 september 2016 overgedragen aan het Gerecht van de Europese Unie).