1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/31
Arrest van het Gerecht van 13 juli 2018 — Confédération nationale du Crédit mutuel/ECB
(Zaak T-751/16) (1)
([„Economisch en monetair beleid - Prudentieel toezicht op kredietinstellingen - Artikel 4, lid 1, onder d), en lid 3, van verordening (EU) nr. 1024/2013 - Berekening van de hefboomratio - Weigering van de ECB om de verzoekende partij toe te staan, blootstellingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, buiten de berekening van de hefboomratio te houden - Artikel 429, lid 14, van verordening (EU) nr. 575/2013 - Discretionaire bevoegdheid van de ECB - Onjuiste rechtsopvattingen - Kennelijk onjuiste beoordeling”])
(2018/C 352/36)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Confédération nationale du Crédit mutuel (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordigers: M. Grégoire en C. De Jonghe, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (vertegenwoordigers: K. Lackhoff, R. Bax en G. Bassani, gemachtigden, bijgestaan door H.-G. Kamann en F. Louis, advocaten)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Republiek Finland (vertegenwoordiger: S. Hartikainen, gemachtigde)
Voorwerp
Vordering gebaseerd op artikel 263 VWEU en strekkende tot nietigverklaring van besluit ECB/SSM/2016 9695000CG7B84NLR5984/92 van de ECB van 24 augustus 2016, dat is vastgesteld op grond van artikel 4, lid 1, onder d), en artikel 10 van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB 2013, L 287, blz. 63) en op grond van artikel 429, lid 14, van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PB 2013, L 176, blz. 1, met rectificaties in PB 2013, L 208, blz. 68, en PB 2013, L 321, blz. 6)
Dictum
1)
Besluit ECB/SSM/2016 9695000CG7B84NLR5984/92 van de Europese Centrale Bank (ECB) van 24 augustus 2016 wordt nietig verklaard.
2)
De ECB wordt verwezen in de kosten.
3)
De Republiek Finland zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 6 van 9.1.2017.
Full & Egal Universal Law Academy