2.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 295/18
Arrest van het Gerecht van 11 juli 2019 — BP/FRA
(Zaak T-838/16) (1)
(„Niet-contractuele aansprakelijkheid - Toegang tot documenten - Voldoende gekenmerkte schending van een rechtsregel die particulieren rechten verleent - Verordeningen (EG) nrs. 1049/2001 en 45/2001 - Bescherming van persoonsgegevens - Immateriële schade - Materiële schade - Oorzakelijk verband”)
(2019/C 295/23)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: BP (vertegenwoordiger: E. Lazar, advocaat)
Verwerende partij: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Manolopoulos en M. O’Flaherty, vervolgens M. O’Flaherty, gemachtigden, bijgestaan door D. Waelbroeck, A. Duron en I. Antypas, advocaten)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 268 VWEU, strekkende tot vergoeding van de schade die verzoekster zou hebben geleden
Dictum
1)
Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 5 000 EUR aan BP.
2)
De in punt 1) hierboven bedoelde vergoeding wordt vermeerderd met vertragingsrente vanaf de dag waarop dit arrest is gewezen tot aan de volledige betaling ervan, tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank (ECB) voor de basisherfinancieringstransacties heeft vastgesteld, vermeerderd met twee punten.
3)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
4)
Het FRA en BP dragen elk hun eigen kosten.
(1) PB C 38 van 6.2.2017.
Full & Egal Universal Law Academy