15.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 13/17
Beschikking van het Gerecht van 9 november 2017 — Bowles / ECB
(Zaak T-564/16) (1)
((„Openbare dienst - Personeel van de ECB - Bezoldiging - Salarisverhoging - Leden van het personeelscomité - Voorwaarden om in aanmerking te komen - Beroep tot nietigverklaring - Afdoening zonder beslissing - Beroep tot schadevergoeding - Beroep kennelijk rechtens ongegrond”))
(2018/C 013/29)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Carlos Bowles (Frankfurt am Main, Duitsland) (vertegenwoordigers: aanvankelijk L. Levi en A. Tymen, vervolgens L. Levi, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: F. Malfrère en E. Carlini, gemachtigden, bijgestaan door B. Wägenbaur, advocaat)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste strekkende tot nietigverklaring van het besluit van 24 februari 2015, aan het personeel meegedeeld op 13 maart 2015, waarbij de ECB heeft geweigerd om verzoeker voor het jaar 2015 een extra salarishoging te geven en van het besluit tot afwijzing van het bezwaar van 9 juli 2015, en ten tweede tot vergoeding van de schade die verzoeker zou hebben geleden
Dictum
1)
Er behoeft geen uitspraak meer te worden gedaan over de vordering tot nietigverklaring.
2)
Het beroep wordt kennelijk rechtens ongegrond verklaard voor het overige.
3)
Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 16 van 18.1.2016 (zaak aanvankelijk ingeschreven bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie onder nummer F-130/15, en op 1 september 2016 overgedragen aan het Gerecht van de Europese Unie).