5.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 326/29
Beroep ingesteld op 19 juli 2016 — MS/Commissie
(Zaak T-17/16)
(2016/C 326/51)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: MS (Castries, Frankrijk) (vertegenwoordigers: L. Levi en M. Vandenbussche, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;
bijgevolg:
—
de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Commissie te erkennen overeenkomstig artikel 268 en artikel 340, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
—
de overlegging te gelasten van de door de Commissie als vertrouwelijk verklaarde documenten die noodzakelijke onderbouwing vormen voor het uitsluitingsbesluit;
—
de vergoeding te gelasten van de immateriële schade als gevolg van de onrechtmatige gedraging van de Commissie, welke schade ex aequo et bono op een bedrag van 20 000 EUR is geraamd;
—
de Commissie te gelasten, een brief te publiceren waarin zij zich jegens verzoeker verontschuldigt, en verzoeker opnieuw tewerk te stellen in Team Europe;
—
verweerster te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan onrechtmatigheden die zijn begaan door de Commissie, die een evidente schending vormen van een rechtsregel die ertoe strekt rechten toe te kennen aan particulieren en die niet-contractuele aansprakelijkheid van de Commissie meebrengen. In de eerste plaats is de verzoekende partij van mening dat de Commissie, in strijd met artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de eerbiediging van de rechten van verdediging en artikel 16 van de Europese Code van goed administratief gedrag, hem niet regelmatig heeft geïnformeerd over de jegens hem naar voren gebrachte beweringen en elementen en hem onvoldoende de gelegenheid heeft gegeven om hierover zinvolle opmerkingen te maken alvorens het uitsluitingsbesluit werd genomen. In de tweede plaats heeft de Commissie in strijd met het in artikel 41 van het Handvest en de artikelen 8, 9 en 11 van de Code neergelegde beginsel van zorgvuldigheid, niet zorgvuldig en onpartijdig alle belangrijke elementen van het geval onderzocht, alvorens tot uitsluiting van de verzoekende partij van het netwerk Team Europe te beslissen. Hierdoor heeft de Commissie ten aanzien van de verzoekende partij eveneens het in artikel 48 van het Handvest neergelegde vermoeden van onschuld geschonden. In de derde plaats voert de verzoekende partij aan dat de Commissie haar besluit, in strijd met artikel 41, lid 2, van het Handvest en artikel 18 van de Code, niet naar behoren heeft gemotiveerd, door daarin vage en voor het overige onjuiste stellingen op te nemen. In de laatste plaats is het door de Commissie genomen besluit kennelijk ongegrond en onevenredig, gelet op de omstandigheden van het geval.
2.
Tweede middel, ontleend aan de reële en zekere schade die de verzoekende partij heeft geleden als gevolg van de aan de Commissie verweten gedraging, die de morele en professionele integriteit van de verzoekende partij in het geding brengt.