16.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/11
Beroep ingesteld op 29 juli 2019 — MU/Parlement
(Zaak T-40/16)
(2019/C 312/12)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: MU (vertegenwoordiger: A. Bruno, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
—
vaststellen en verklaren dat de door het Europees Parlement op 11 december 2015 vastgestelde maatregel waarbij de aanvullende vergoeding voor stagiairs met een handicap als bedoeld in artikel 24, lid 9, van de interne regeling betreffende stages en studiebezoeken bij het secretariaat van het Europees Parlement wordt geweigerd, onwettig is;
—
bijgevolg verklaren dat MU een persoonlijk recht heeft op de in artikel 24, lid 9, van de regeling betreffende stages bij het Europees Parlement bedoelde aanvullende vergoeding, aangezien hij een handicap van 70 % heeft;
—
het Europees Parlement veroordelen tot betaling aan verzoeker van de aanvullende vergoeding waarin de toepasselijke regeling voorziet, vermeerderd met rente en inflatiecorrectie vanaf de datum van het administratieve verzoek tot de datum van daadwerkelijke betaling; verweerder verwijzen in de kosten van de procedure
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
1.
De toekenning van de aanvullende vergoeding aan personen met een handicap, als bedoeld in artikel 24, lid 9, van de interne regeling betreffende stages en studiebezoeken bij het secretariaat van het Europees Parlement, valt niet onder de discretionaire bevoegdheid van het Parlement.
2.
Het invaliditeitspercentage wordt door de medisch adviseur van het Europees Parlement bevestigd of vastgesteld op basis van een nationaal certificaat respectievelijk een uitvoerig advies van de arts van de stagiair, waarin wordt verwezen naar de „Europese schaal voor medische beoordeling van aantastingen van fysieke en psychische integriteit”.
3.
Het Europees Parlement heeft, gesteld dat het over een discretionaire bevoegdheid beschikt, deze in casu zonder reden overschreden. In dit verband zij erop gewezen dat in de betrokken regels een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds gevallen waarin de handicap blijkt uit een certificaat van de nationale autoriteit, zoals in casu het geval is, in welk geval de handicap wordt bevestigd door de arts van het Europees Parlement, en anderzijds gevallen waarin de handicap blijkt uit een rapport van de arts van de stagiair. Alleen in het laatste geval wordt het invaliditeitspercentage vastgesteld door de arts van het Europees Parlement.
Full & Egal Universal Law Academy