14.3.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/58
Beroep ingesteld op 2 februari 2016 — Sigma Orionis/REA
(Zaak T-47/16)
(2016/C 098/74)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Sigma Orionis SA (Valbonne, Frankrijk) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)
Verwerende partij: Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)
Conclusies
Voor recht verklaren dat:
—
het REA zijn contractuele verplichtingen uit hoofde van de H2020 subsidieovereenkomst niet is nagekomen door alle aan verzoekster verschuldigde subsidies op te schorten op grond van een onrechtmatig opgesteld onderzoeksverslag van het OLAF,
—
subsidiair, de benoeming van een deskundige bevelen om vast te stellen welke bedragen uit hoofde van de litigieuze subsidieovereenkomst zeker aan verzoekster verschuldigd zijn.
Bijgevolg verweerder:
—
veroordelen tot de betaling van het bedrag dat uit hoofde van de H2020 subsidieovereenkomst verschuldigd is, namelijk 425 406,25 EUR, overeenkomstig artikel 21.11.1 te vermeerderen met vertragingsrente tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vastgesteld voor basisherfinancieringstransacties, vermeerderd met 3,5 punt, berekend vanaf de vervaldatum van de verschuldigde bedragen,
—
veroordelen tot schadeloosstelling van verzoekster voor de extra schade die zij lijdt, thans geraamd op een bedrag van 1 500 000 EUR, onder voorbehoud van verhoging of verlaging in de loop van het geding,
—
verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Eerste middel: het Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) kan zijn besluit om de aan verzoekster verschuldigde betalingen in hun geheel op te schorten niet baseren op een onderzoeksverslag dat is vastgesteld op basis van onrechtmatig verkregen bewijs. Verzoekster betoogt in die zin dat, aangezien het REA is uitgegaan van onrechtmatig verkregen bewijs, zowel de opschorting van de betalingen als de beëindiging van de subsidieovereenkomsten onrechtmatig is.
2.
Tweede middel: schending van het evenredigheidsbeginsel, omdat uit de diverse verslagen van technische audits telkens is gebleken dat verzoekster de middelen had gebruikt in overeenstemming met de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en gezond financieel beheer. Hieruit volgt dat het REA niet kon beweren op goede gronden te hebben vastgesteld dat verzoekster onrechtmatigheden had begaan in het kader van andere subsidies die de beëindiging noch de opschorting van alle betalingen in de litigieuze subsidieovereenkomsten konden rechtvaardigen. Overigens vormt de deelname aan de subsidieovereenkomsten de enige bron van inkomsten voor verzoekster en leidt het uitblijven van nieuwe Europese projecten onvermijdelijk tot haar faillissement.
Full & Egal Universal Law Academy