4.4.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/41
Beroep ingesteld op 19 februari 2016 — Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters e.a./Commissie
(Zaak T-79/16)
(2016/C 118/48)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partijen: Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (Hoenderloo, Nederland) et 21 andere verzoekende partijen (vertegenwoordigers: H. Viaene, D. Gillet en T. Ruys, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
het verzoek tot vernietiging ontvankelijk te verklaren;
—
het besluit van de Commissie van 2 september 2015 inzake vermeende onrechtmatige staatsteun in verband met gesubsidieerde verwerving of het gratis ter beschikking stellen van natuurterreinen [Steunmaatregel SA.27301 (2015/NN) — Nederland] evenals de impliciete verwerping van de klacht van de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters nietig te verklaren;
—
de Commissie in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van de procedurele rechten neergelegd in artikel 108, lid 2, VWEU. De Commissie zou op het einde van het vooronderzoek onmogelijk in staat zijn geweest om afdoende zekerheid te hebben inzake de verenigbaarheid van de steunmaatregel, omwille van de volgende elementen:
—
de buitensporig lange duur van het vooronderzoek;
—
de veelvuldige correspondentie door de verschillende betrokkenen tijdens het vooronderzoek;
—
het feit dat de door het besluit goedgekeurde steunmaatregel tijdens het vooronderzoek vervangen werd door een andere steunmaatregel;
—
de inhoud van de nieuwe steunmaatregel die door de Commissie werd goedgekeurd.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van het beginsel van niet-retroactiviteit en de rechtszekerheid.
De Commissie zou de beginselen van de niet-retroactiviteit en de rechtszekerheid geschonden hebben door de Kaderregeling inzake staatssteun (1) in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, van kracht op 31 januari 2012, toe te passen op een steunregime dat sinds 2011 niet meer werd toegepast en reeds vervangen was door een nieuw, wel door de Commissie goedgekeurd, steunregime.
3.
Derde middel, ontleend aan een rechtsdwaling en een motiveringsgebrek bij de toepassing van de Kaderregeling.
—
De Commissie zou manifest foute beoordelingen hebben gemaakt inzake de toepassing van de vereiste van een toewijzingsbesluit van de dienst van algemeen economisch belang, met name inzake de lengte van de toewijzingsperiode. Daarnaast zou zij eveneens manifeste fouten hebben begaan in de analyse van het compensatiebedrag en zou zij de vereiste van het voeren van een gescheiden boekhouding hebben miskend.
—
Bij het nagaan van het bestaan van het vereiste toewijzingsbesluit van de dienst van algemeen economisch belang zou er niet zijn nagegaan of er voor het toewijzen van gronden om niet wel sprake is van een toewijzingsbesluit. Voorts zou de Commissie ook geen analyse hebben gemaakt van de garanties om overcompensaties te vermijden bij de overdracht van gronden om niet.
4.
Vierde middel, ontleend aan een schending van artikel 106, lid 2, VWEU.
—
De overdrachten om niet en aankoopsubsidies zouden manifest onnodig en ongeschikt zijn om de beoogde doelstelling qua natuurbehoud te bereiken.
—
Het feit dat de steunmaatregel enkel openstond voor 13 terreinbeherende organisaties zou op geen enkele wijze noodzakelijk, noch verantwoord zijn om de openbaredienstverplichting van natuurbehoud mogelijk te maken.
(1) Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PB 2012, L 7, blz. 3) en de mededeling van de Commissie — EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2011) (PB 2012, C 8, blz. 15).
Full & Egal Universal Law Academy