30.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 191/36
Beroep ingesteld op 22 maart 2016 — België/Commissie
(Zaak T-131/16)
(2016/C 191/48)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk België (vertegenwoordigers: C. Pochet en J. Halleux, gemachtigden, bijgestaan door M. Segura Catalán en M. Clayton, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren op grond van de erin aangevoerde middelen;
—
het besluit van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatssteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door het Koninkrijk België ten uitvoer gelegd, nietig verklaren voor zover het de steunmaatregel niet naar behoren identificeert, de rulingregeling overwinstbelasting als steunregeling aanmerkt en als onverenigbare steun beschouwt in de zin van artikel 107 VWEU;
—
subsidiair, de artikelen 1 en 2 van het bestreden besluit nietig verklaren voor zover zij de rulingregeling overwinstbelasting als met de interne markt onverenigbare staatssteun beschouwen en in strijd met de algemene beginselen van het Unierecht terugvordering van de beweerde staatssteun bevelen van de vennootschapsgroepen waartoe de begunstigden behoren;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 2, lid 6, VWEU, en artikel 5, leden 1 en 2, VEU, doordat gebruik is gemaakt van de staatssteunregels om de fiscale jurisdictie van de Belgische Staat eenzijdig te omschrijven.
2.
Tweede middel: onjuiste toepassing van het recht en kennelijk onjuiste beoordeling bij de identificatie van de beweerde staatssteunmaatregel en de aanmerking ervan als een steunregeling die geen verdere uitvoeringsmaatregelen vereist in de zin van artikel 1, onder d), van verordening nr. 2015/1589 en artikel 107 VWEU.
3.
Derde middel: schending van artikel 107 VWEU doordat de rulingregeling overwinstbelasting als staatssteun wordt beschouwd. De Commissie heeft niet de gebruikte staatsmiddelen omschreven, het bestaan van een voordeel niet vastgesteld en de selectiviteit en de vervalsing van de mededinging onjuist beoordeeld.
4.
Vierde middel: kennelijk onjuiste beoordeling inzake de vaststelling dat de begunstigden van de beweerde steun niet alleen de Belgische belastingplichtige entiteiten zijn, maar ook de multinationale groepen waartoe zij behoren.
5.
Vijfde middel: subsidiair, schending van het algemene legaliteitsbeginsel en van artikel 16, lid 1, van verordening (EU) nr. 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (1), aangezien terugvordering kan worden gevraagd van de multinationale groepen waartoe de Belgische entiteiten behoren die een ruling hebben gekregen.
(1) Verordening (EU) nr. 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).
Full & Egal Universal Law Academy