30.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 191/39
Beroep ingesteld op 4 april 2016 — Commissie/IEM
(Zaak T-141/16)
(2016/C 191/51)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordiger: S. Lejeune, gemachtigde)
Verwerende partij: IEM — Erga — Erevnes — Meletes perivallontos kai chorotaxias AE (Athene, Griekenland)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
verweerster te veroordelen tot betaling van een bedrag van 105 416,47 EUR, te vermeerderen met vertragingsrente op de voet die door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties werd toegepast op 1 juli 2010 (2 %) vermeerderd met 1 procentpunt, te weten in totaal drie procent (3 %), vanaf 6 juli 2010 tot op de dag van de betaling van het volledige bedrag, onder aftrek van een bedrag van 30 208 EUR (dat op 4 september 2010 ter compensatie is betaald);
—
verweerster te verwijzen in de proceskosten en in de kosten van de onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige, op grond van artikel 272 VWEU bij het Gerecht ingestelde beroep vordert de Commissie bekendmaking van de beslissing waarbij verweerster ertoe is veroordeeld aan de Europese Commissie in verband met de overeenkomst FAIR-CT98-9544 voor de actie „Ontwikkeling van een nieuwe methode voor het schoonmaken en schillen van fruit” een bedrag van 75 208,47 EUR, te vermeerderen met rente, te betalen.
De Europese Commissie voert als belangrijkste rechtsgrond aan dat verweerster haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen en stelt met name dat het op grond van de betrokken overeenkomst aan verweerster betaalde bedrag niet is gebruikt voor de uitvoering van enige actie betreffende de overeenkomst, en dat verweerster geen enkel bewijs dienaangaande heeft overgelegd. Subsidiair stelt de Europese Commissie dat verweerster zich onrechtmatig heeft verrijkt in de zin van de artikelen 904 en 908 van het burgerlijk wetboek.
Full & Egal Universal Law Academy