30.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 191/41
Beroep ingesteld op 4 april 2016 — Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland e.a./Commissie
(Zaak T-146/16)
(2016/C 191/54)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partijen: Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (‘s-Graveland, Nederland), Stichting Het Groninger Landschap (Haren, Nederland), It Fryske Gea (Opsterland, Nederland), Stichting Het Drentse Landschap (Assen, Nederland), Stichting Het Overijssels Landschap (Dalfsen, Nederland), Stichting Het Geldersch Landschap (Arnhem, Nederland), Stichting Flevo-Landschap (Lelystad, Nederland), Stichting Het Utrechts Landschap (De Bilt, Nederland), Stichting Landschap Noord-Holland (Heiloo, Nederland), Stichting Het Zuid-Hollands Landschap (Rotterdam, Nederland), Stichting Het Zeeuwse Landschap (Heinkenszand, Nederland), Stichting Het Noordbrabants Landschap (‘s-Hertogenbosch, Nederland), Stichting Het Limburgs Landschap (Maastricht, Nederland) (vertegenwoordigers: P. Kuypers en M. de Wit, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het Besluit van de Commissie van 2 september 2015 inzake steunmaatregel SA.27301 (2015/NN) — Nederland, kenmerk C(2015) 5929 final, nietig te verklaren;
—
de Commissie te veroordelen in de kosten van het geding.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van artikel 107, lid 1, VWEU.
—
Verzoeksters voeren aan dat natuurbescherming in Nederland een dienst van algemeen belang is in de zin van artikel 2 van protocol (Nr. 26) betreffende de diensten van algemeen belang (JO 2012, C 326, blz. 308), die dus geen economische activiteit betreft.
—
Verzoeksters zouden onterecht als ondernemingen in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU zijn gekwalificeerd. Verzoeksters voeren vooreerst aan dat zij terreinbeherende organisaties zijn zonder winstoogmerk die zijn opgericht ten behoeve van de vervulling van een (niet-economisch) publiek doel. Subsidiair voeren verzoeksters aan dat zij geen ondernemingen zijn wanneer zij terreinen ten behoeve van natuur met subsidie verkrijgen op basis van de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties.
—
De subsidieregeling zou niet tot een economisch voordeel leiden in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, gelet op de aan de subsidieregeling verbonden voorwaarden.
—
De steunregeling zou niet tot een vervalsing van de mededinging leiden.
—
De steunregeling zou niet tot een ongunstige beïnvloeding van het interstatelijke handelsverkeer leiden.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van de motiveringsplicht.
Full & Egal Universal Law Academy