6.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/28
Beroep ingesteld op 8 april 2016 — Acerga/Raad
(Zaak T-153/16)
(2016/C 200/40)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Asociación de armadores de cerco de Galicia (Acerga) (Sada, Spanje) (vertegenwoordiger: B. Huarte Melgar, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de verordeningen van de Raad (EU) nr. 2016/72 van 22 januari 2016 tot vaststelling, voor 2016, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden en (EU) nr. 2016/458 van 30 maart 2016 tot wijziging van verordening (EU) nr. 2016/72 wat bepaalde vangstmogelijkheden betreft, nietig te verklaren;
—
de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten die in de onderhavige procedure aan verzoekster opkomen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het beginsel van relatieve stabiliteit
Verzoekster betoogt in dit verband dat voor zover altijd dezelfde percentages voor de verdeling van de vangstmogelijkheden worden gehanteerd, geen rekening wordt gehouden met regio’s van de staten die vanaf 1981 tot de EEG zijn toegetreden, waarvan de lokale bevolking in hoge mate is (en ook toen al was) aangewezen op de visserij. Bijgevolg wordt het doel van relatieve stabiliteit als zodanig niet bereikt. Bovendien zijn, ook wanneer men die vaste verdeelsleutel aanvaardt, die percentages in de loop der jaren gewijzigd — in strijd dus met het criterium van relatieve stabiliteit.
2.
Tweede middel: de Raad is voorbijgegaan aan het in artikel 2 (2), lid 1, van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) 2013 neergelegde doel economische en sociale voordelen te realiseren en werkgelegenheid te creëren, doordat hij geen rekening heeft gehouden met de Spaanse regio’s waarvan de lokale bevolking in sterke mate is aangewezen op de visserij.
3.
Derde middel: niet-naleving van het discriminatieverbod, aangezien de bestreden regeling het beginsel van relatieve stabiliteit niet op dezelfde wijze toepast op vergelijkbare situaties.
4.
Vierde middel: schending van het in artikel 3 VEU neergelegde solidariteitsbeginsel
Verzoekster stelt dienaangaande dat de (op relatieve stabiliteit gebaseerde) toewijzing van de nationale visserijquota overeenkomstig verordening (EU) nr. 2016/72 niet op dezelfde wijze gebeurt voor alle lidstaten en dat ook de instrumentele maatregelen voor toezicht op de visserij-inspanning niet op dezelfde wijze op alle lidstaten van toepassing zijn.
5.
Vijfde middel: schending van het beginsel van een openmarkteconomie met vrije mededinging en van de in de Europese Unie gewaarborgde fundamentele vrijheid van kapitaalverkeer
Verzoekster betoogt in dit verband dat in verordening (EU) nr. 2016/72 geen gewag wordt gemaakt van de mogelijkheid om visserijquota te ruilen middels tussen ondernemingen of producentenorganisaties in de lidstaten van de Europese Unie verhandelbare visserijrechten.
Full & Egal Universal Law Academy