6.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/29
Beroep ingesteld op 15 april 2016 — Groningen Seaports e.a./Commissie
(Zaak T-160/16)
(2016/C 200/42)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partijen: Groningen Seaports NV (Delfzijl, Nederland), Havenbedrijf Amsterdam NV (Amsterdam, Nederland), Havenbedrijf Rotterdam NV (Rotterdam, Nederland), Havenschap Moerdijk (Moerdijk, Nederland), NV Port of Den Helder (Den Helder, Nederland), Zeeland Seaports NV (Terneuzen, Nederland) (vertegenwoordigers: E. Pijnacker Hordijk en I. Kieft, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
de beroepen beschikking te vernietigen;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekende partijen vechten het besluit aan van de Commissie van 21 januari 2016 betreffende steunmaatregel SA.25338 (2014/C) (ex E 3/2008 en ex CP 115/2004) ten uitvoer gelegd door Nederland — Vrijstelling vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen.
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekende partijen één middel aan.
Enige middel, ontleend aan een schending van de doelstellingen van de staatssteunregels, een schending van de algemene beginselen van het Unierecht, met in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, het vereiste van zorgvuldige voorbereiding van besluiten en het verbod van willekeur, en een schending van het motiveringsbeginsel.
—
De Nederlandse publieke zeehavens concurreren niet met Nederlandse particuliere ondernemingen, maar met de Franse, Belgische en Duitse zeehavens in de Hamburg-Le Havre Range.
—
Deze Europese concurrenten ontvangen ten nadele van de Nederlandse publieke zeehavens uiteenlopende vormen van staatssteun. De Commissie was zich hiervan ten tijde van de vaststelling van het aangevochten besluit bewust. Net als de Nederlandse publieke zeehavens genieten alle concurrerende zeehavens in de Hamburg-Le Havre Range een vrijstelling van vennootschapsbelasting. De Duitse zeehavens ontvangen bovendien zeer vergaande exploitatiesteun in de vorm van verliescompensatie. Ook hiervan was de Commissie zich ten tijde van de vaststelling van het aangevochten besluit bewust.
—
Het aangevochten besluit schaft eenzijdig de voor de Nederlandse publieke zeehavens geldende belastingvrijstelling af, terwijl de corresponderende vrijstellingen voor de Belgische en Franse zeehavens vooralsnog gehandhaafd blijven en er zelfs nog geen eerste formele procedurele stap is gezet om steun voor de Duitse zeehavens af te schaffen.
—
Doordat de Commissie met het aangevochten besluit enkel de belastingvrijstelling voor de Nederlandse publieke zeehavens aanpakt, verslechtert het reeds ongelijke speelveld voor de Europese havensector aanzienlijk en brengt de Commissie de Nederlandse publieke zeehavens in een aanmerkelijk slechtere positie ten opzichte van hun directe concurrenten die eveneens zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting en bovendien ook andere vormen van staatssteun ontvangen. De Commissie motiveert niet waarom zij enkel ingrijpt in de belastingvrijstelling voor de Nederlandse publieke zeehavens.
Full & Egal Universal Law Academy