13.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 211/61
Beroep ingesteld op 15 april 2016 — Centro Clinico e Diagnostico G.B. Morgagni SRL/Commissie
(Zaak T-172/16)
(2016/C 211/76)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Centro Clinico e Diagnostico G.B. Morgagni SRL (Catania, Italië) (vertegenwoordiger: E. Castorina, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit (EU) 2016/195 van de Commissie, C(2015) 5549 final van 14 augustus 2015, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 18 februari 2016, voor zover daarin (artikel 4, lid 5) is bepaald dat „Italië […] ook alle uitstaande betalingen van de krachtens alle in artikel 1 bedoelde regelingen verstrekte steun [schorst] vanaf de datum van vaststelling van dit besluit”, en in elk geval voor zover het eraan in de weg staat dat verzoekende onderneming terugbetaling kan verkrijgen van de bedragen die zijn overgemaakt aan het Agenzia delle Entrate dello Stato italiano en het forfait van 10 % van de eigen fiscale situatie (jaren 1990-1992) te boven gaan als bedoeld in artikel 9, lid 17, van wet nr. 289/2002, op welk recht de rechter zich baseert in de nationale Italiaanse rechtsorde.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij één enkel middel aan.
—
In dat verband voert zij aan dat wanneer de Europese Commissie heeft vastgesteld, zoals dat in het bestreden besluit is gebeurd, dat het objectief onmogelijk is de onrechtmatig geachte steun terug te vorderen (van de andere ondernemingen die slechts 10 % van het verschuldigde bedrag hebben betaald), in feite en vanuit juridisch oogpunt zeker niet kan worden ontkend — met inachtneming van voormelde beginselen — dat verzoekende partij recht heeft terugbetaling van de bedragen die zijn overgemaakt en het bepaalde in wet nr. 289/2002 te boven gaan. Zou dat niet het geval zijn, dan zou er sprake zijn van een onaanvaardbaar en ernstig verschil in behandeling tussen de verzoekende partij en de ondernemingen van de provincie Catania die bij het besluit thans worden vrijgesteld van elke betaling van 90 % van het bedrag van de niet-betaalde belasting.
Integendeel, juist als gevolg van het bestreden besluit van de Europese Commissie ontstaat — ten nadele van verzoekende partij — een ongerechtvaardigd mededingingsvoordeel voor alle andere ondernemingen in verband met de schade die is geleden door de natuurramp die zich meer dan tien jaar voor de vaststelling van het besluit van 14 augustus 2015 heeft voorgedaan. Naar Italiaans recht dienen ondernemingen administratieve en boekhoudkundige bescheiden niet langer dan 10 jaar bij te houden. Bijgevolg is verzoekende partij niet meer in staat te bewijzen dat zij schade heeft geleden die in aanmerking kan worden genomen voor de toepassing van artikel 107 VWEU, hetgeen resulteert in een flagrante schending van het gelijkheidsbeginsel, het recht van verweer, en het beginsel van het gewettigde vertrouwen (artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de artikelen 2 VEU, 6 VEU, 9 VEU en 21 VEU) en verstoring van de mededinging in omstandigheden van gelijkheid tussen ondernemingen.