20.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 222/30
Beroep ingesteld op 27 april 2016 – Azarov/Raad
(Zaak T-190/16)
(2016/C 222/38)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Mykola Yanovych Azarov (Kiev, Oekraïne) (vertegenwoordigers: G. Lansky en A. Egger, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietig verklaren van besluit (GBVB) 2016/318 van de Raad van 4 maart 2016 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB L 60, blz. 76) en van uitvoeringsverordening (EU) 2016/311 van de Raad van 4 maart 2016 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB L 60, blz. 1), voor zover zij verzoeker betreffen;
—
bepaalde maatregelen tot organisatie van de procesgang vaststellen, in het bijzonder:
—
vragen aan de Raad;
—
het verzoek aan de Raad om schriftelijk of mondeling een standpunt in te nemen over bepaalde aspecten van het geding;
—
het verzoek aan de Raad en aan derden, onder andere de Commissie, de EDEO en Oekraïne, om informatie en inlichtingen;
—
het verzoek tot het overleggen van bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de zaak;
—
de Raad te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van grondrechten
In het kader van dit middel voert verzoeker aan dat zijn eigendomsrecht en zijn vrijheid van ondernemerschap zijn geschonden. Voorts merkt hij op dat de opgelegde beperkende maatregelen onevenredig zijn.
2.
Tweede middel: misbruik van bevoegdheid
Verzoeker voert hier onder andere aan dat de Raad zijn bevoegdheid heeft misbruikt, omdat met het opleggen van de beperkende maatregelen aan verzoeker vooral andere doeleinden zijn nagestreefd dan de daadwerkelijke versterking en ondersteuning van de rechtstaat en het respect voor de mensenrechten in Oekraïne.
3.
Derde middel: schending van het beginsel van behoorlijk bestuur
In het kader van dit middel voert verzoeker in het bijzonder aan dat het recht op een onpartijdige behandeling is geschonden, alsook het recht op een rechtvaardige en eerlijke behandeling en op een zorgvuldig onderzoek van de feiten.
4.
Vierde middel: kennelijke beoordelingsfouten