11.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 251/34
Beroep ingesteld op 4 mei 2016 – Republiek Litouwen/Europese Commissie
(Zaak T-205/16)
(2016/C 251/40)
Procestaal: Litouws
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Litouwen (vertegenwoordigers: D. Kriaučiūnas, R. Krasuckaitė en D. Stepanienė)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C(2016) 969 final van de Commissie van 23 februari 2016 betreffende de verlaging van de steun uit het Cohesiefonds voor de verwezenlijking van het in Litouwen uitgevoerde project „Technische bijstand voor het beheer van het Cohesiefonds in de Republiek Litouwen” (2005LT16CPA001), voor zover het voorziet in een verlaging van de steun met 137 864,61 EUR;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de Republiek Litouwen een middel aan, ontleend aan schending van artikel 11 van verordening nr. 16/2003 van de Commissie (1), gelezen in samenhang met het vertrouwensbeginsel, doordat de Commissie, door te besluiten om de steun uit het EU-Cohesiefonds 2000-2006 te verminderen:
—
geen rekening heeft gehouden met het feit dat de btw-kosten in verband met de uitvoering van besluit C(2005) 5291 van de Commissie (2) tot goedkeuring van het project „Technische bijstand voor het beheer van het Cohesiefonds in de Republiek Litouwen” (hierna: „project”) overeenkomstig de vereisten van artikel 11, lid 1, van verordening nr. 16/2003 en andere vereisten in aanmerking kwamen voor vergoeding;
—
artikel 11, lid 3, van verordening nr. 16/2003 ten onrechte aldus heeft uitgelegd dat het van toepassing is op het project, omdat – ongeacht of de btw-kosten moeten worden vergoed – die uitlegging in strijd is met artikel 11, lid 1, van verordening nr. 16/2003, juridisch onlogisch is en praktisch niet-toepasbaar is in verband met de financiering van Cohesiefondsprojecten;
—
geen rekening heeft gehouden met artikel 3, lid 2, van besluit C(2005) 5291 van de Commissie, dat bepaalt dat volgens artikel 7, lid 4, van verordening nr. 1164/94 (3) communautaire bijstand werd toegekend voor 100 % van de waarde van het project (dat wil zeggen dat niet werd voorzien in een bijdrage door de uitvoerder van het project) en dat de lidstaat redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat het project volledig met middelen uit het Cohesiefonds zou worden gefinancierd, dat wil zeggen dat alle in verordening nr. 16/2003 vastgestelde regels correct zouden worden toegepast.
(1) Verordening (EG) nr. 16/2003 van de Commissie van 6 januari 2003 tot vaststelling van bijzondere uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad met betrekking tot de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het Cohesiefonds medegefinancierde acties (PB 2003, L 2, blz. 7).
(2) Besluit C(2005) 5291 van de Commissie van 8 december 2005 betreffende de verlening van steun uit het Cohesiefonds voor de verwezenlijking van het project „Technische bijstand voor het beheer van het Cohesiefonds in de Republiek Litouwen” (CCI 2005/LT/16/C/PA/001), zoals gewijzigd bij besluit C(2008) 1566 van de Commissie van 15 april 2008 en besluit C(2011) 3668 van de Commissie van 20 mei 2011.
(3) Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds (PB 1994, L 130, blz. 1), ingetrokken bij verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006 tot oprichting van het Cohesiefonds en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1164/94 (PB 2006, L 210, blz. 79).