18.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/43
Beroep ingesteld op 17 mei 2016 – NI/EDPS
(Zaak T-237/16)
(2016/C 260/54)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: NI (Madrid, Spanje) (vertegenwoordiger: A. Gómez-Acebo Dennes, advocaat)
Verwerende partij: Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming
Conclusies
—
het besluit van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming van 18 maart 2016 tot afwijzing van het door de verzoekende partij ingediende verzoek tot herziening van het besluit van de toezichthouder van 8 december 2015 nietig verklaren en buiten toepassing laten, alsmede de Europese Ombudsman gelasten de huidige of toekomstige verwerking te beëindigen van persoonsgegevens die zijn opgenomen in een door de verzoekende partij gesloten overeenkomst;
—
de Europese Ombudsman gelasten geen persoonsgegevens van de verzoekende partij of gegevens die identificatie mogelijk maken openbaar te maken, en met name gelasten dat de Europese Ombudsman nergens vermeldt welke functie de verzoekende partij heeft bekleed;
—
de Europese Ombudsman gelasten het recht van de verzoekende partij om zich te verzetten tegen het verwerken van de haar betreffende persoonsgegevens in de procedure Own Initiative Inquiry 2/2014 of in enige andere procedure met hetzelfde doel waarbij deze partij mogelijkerwijs betrokken is, strikt in acht te nemen en ten volle te waarborgen;
—
de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is in wezen gericht tegen het besluit van de verwerende partij tot afwijzing van de klacht die de verzoekende partij had ingediend naar aanleiding van de weigering tot anonimisering van bepaalde persoonsgegevens die betrekking hebben op twee onderzoeken van de Europese Ombudsman ten aanzien van de toestemming die is verleend om in de particuliere sector te gaan werken na beëindiging van haar functie als lid van de Europese Commissie.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij volgende middelen aan.
1.
De werkzaamheden van de verzoekende partij, de door de Commissie gevolgde procedure bij het verlenen van toestemming voor de te verrichten werkzaamheden na beëindiging van haar functie als lid van de Commissie, het eerste door de Europese Ombudsman uitgevoerde onderzoek naar die toestemming en de heropening van het onderzoek door de nieuwe Europese Ombudsman, alsmede diens voornemen tot openbaarmaking van persoonsgegevens van de verzoekende partij die identificatie direct of indirect mogelijk maken, zijn door de verwerende partij niet terdege beoordeeld, gelet op de regelgeving en jurisprudentie die van toepassing zijn op de besluiten van de Europese Ombudsman.
2.
De anonieme inzameling van gegevens maakt het niet mogelijk om de vereiste traceerbaarheid te waarborgen, zodat nagegaan kan worden of de gegevensverwerking door de Europese Ombudsman rechtmatig is, aangezien de gegevens anoniem zijn verkregen en onrechtmatig zijn verwerkt.
3.
De verwerking van de gegevens waarop de onderhavige procedure betrekking heeft, moet volgens de verzoekende partij worden aangemerkt als te vergaand, ongeschikt en irrelevant voor het doel waarvoor de gegevens zijn ingezameld, ook al is dit anoniem gebeurd. De aangegane overeenkomst ziet enkel en alleen op de verhouding tussen de verzoekende partij en een privéonderneming, een en ander nadat de verzoekende partij haar functie als lid van de Commissie heeft beëindigd en zonder dat de overeenkomst betrekking heeft op de in de Commissie beklede functie.
4.
Er zijn geen nieuwe gegevens of feiten die de verwerking en openbaarmaking rechtvaardigen van de persoonsgegevens van de verzoekende partij, welke gegevens bovendien zijn aangemerkt als vertrouwelijk in het eerste onderzoek van de vorige Europese Ombudsman. Een andere behandeling van de aan de orde zijnde gegevens heeft geen juridische grondslag en is op geen enkel moment onderbouwd door de Europese Ombudsman.
5.
De openbaarmaking van de persoonsgegevens in de onderhavige zaak draagt geenszins bij aan een beter onderzoek aangezien de Europese Ombudsman een onderzoek kan instellen naar de toestemming die aan de verzoekende partij is verleend om in de particuliere sector te gaan werken, zonder daarbij gebruik te maken van gegevens over haar privéleven en met name over te gaan tot openbaarmaking daarvan.