25.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 270/50
Beroep ingesteld op 17 mei 2016 — Stavytskyi/Raad
(Zaak T-242/16)
(2016/C 270/57)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Edward Stavytskyi (België) (vertegenwoordigers: J. Grayston, Solicitor, P. Gjørtler, G. Pandey en D. Rovetta, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietig verklaren van besluit (GBVB) 2016/318 van de Raad van 4 maart 2016 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, en van uitvoeringsverordening (EU) 2016/311 van de Raad van 4 maart 2016 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, voor zover verzoeker bij deze handelingen opgenomen blijft in de lijst van personen en entiteiten op wie de beperkende maatregelen van toepassing zijn, en
—
de Raad verwijzen in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vier middelen aan.
1.
Eerste middel: de lijst is onrechtmatig, omdat deze is gewijzigd teneinde opneming in de lijst mogelijk te maken louter op grond van het feit dat er strafrechtelijke vervolging is ingesteld, zonder dat daarvoor rechterlijke goedkeuring is vereist.
2.
Tweede middel: de Raad heeft een ontoereikende en stereotiepe motivering gegeven door louter de tekst over te nemen uit de wetgeving inzake plaatsing op de lijst.
3.
Derde middel: kennelijke beoordelingsfout van de Raad, omdat het feit dat er door de Oekraïense autoriteiten tegen verzoeker strafrechtelijke vervolging is ingesteld in verband met het verduisteren van overheidsmiddelen of activa geen voldoende solide feitelijke grondslag vormde om hem op de lijst te plaatsen.
4.
Vierde middel: de door de Raad vastgestelde maatregelen vormen ten aanzien van verzoeker geen maatregelen van buitenlands beleid; het gaat daarentegen om internationale samenwerking in strafprocedures, zodat deze maatregelen berusten op een onjuiste rechtsgrondslag.