11.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 251/41
Hogere voorziening ingesteld op 23 mei 2016 door Sergio Spadafora tegen de beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 7 april 2016 in zaak F-44/15, Spadafora/Commissie
(Zaak T-250/16 P)
(2016/C 251/47)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirant: Sergio Spadafora (Brussel, België) (vertegenwoordiger: G. Belotti, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
de bestreden beschikking vernietigen;
—
ten gronde uitspraak doen op het in eerste aanleg ingestelde beroep en alle aldaar uiteengezette vorderingen toewijzen, met inbegrip van de vordering tot schadevergoeding, door het Gerecht ex aequo et bono vast te stellen;
—
de Europese Commissie in de kosten van beide instanties verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening is gericht tegen de beschikking van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 7 april 2016, waarbij deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond is verklaard een beroep tot, in wezen, enerzijds nietigverklaring van het besluit van de directeur-generaal van het Europees Bureau voor fraudebestrijding houdende afwijzing van de kandidatuur van rekwirant voor de functie van hoofd van de eenheid „Juridisch advies” en anderzijds veroordeling van verweerster tot vergoeding van de materiële schade die volgens rekwirant voortvloeit uit het verlies van de kans om voor die functie geselecteerd te worden.
Ter ondersteuning van zijn hogere voorziening voert rekwirant vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: bepaalde onregelmatigheden in de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken, waardoor rekwirant in zijn belangen is geschaad.
—
Rekwirant voert in dat verband in het bijzonder aan dat het de bestreden beschikking volledig ontbreekt aan ook maar de minste motivering betreffende de beweerde kennelijke ongegrondheid van het beroep.
2.
Tweede middel: materieel onjuiste vaststelling van de feiten zoals die blijken uit de stukken van het dossier.
—
Rekwirant beroept zich in dat verband in het bijzonder op het gebrek aan ervaring van de kandidaat die in de voornoemde functie is benoemd, en de onjuiste beoordeling van het vereiste van een geografisch evenwicht en de gelijkheid van verdiensten.
3.
Derde middel: schending van het Unierecht doordat de beginselen van non-discriminatie op grond van nationaliteit en non-discriminatie op grond van taal niet zijn toegepast tijdens de voorselectie van de kandidaten.
4.
Vierde middel: onjuiste juridische kwalificatie van de feiten.
5.
Vijfde middel: onjuiste „juridische kwalificatie” van een van de vorderingen van rekwirant waarbij hij het Gerecht voor ambtenarenzaken verzocht te verklaren voor recht dat de nietigverklaring van het bestreden besluit zou leiden tot ongeldigheid van de betrokken selectieprocedure vanaf het moment van de „vastgestelde onwettigheid”.