25.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 270/57
Beroep ingesteld op 27 mei 2016 — Mubarak e.a./Raad
(Zaak T-275/16)
(2016/C 270/64)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Gamal Mohamed Hosni Elsayed Mubarak (Caïro, Egypte), Alaa Mohamed Hosni Elsayed Mubarak (Caïro), Heidy Mahmoud Magdy Hussein Rasekh (Caïro), Khadiga Mahmoud El Gammal (Caïro) (vertegenwoordigers: B. Kennelly en J. Pobjoy, barristers, en G. Martin en M. Rushton, solicitors)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
besluit (GBVB) 2016/411 van de Raad van 18 maart 2016 tot wijziging van besluit 2011/172/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen vanwege de situatie in Egypte (PB 2016, L 74, blz. 40) nietig verklaren, voor zover dit besluit op verzoekers van toepassing is;
—
vast stellen dat artikel 1, lid 1, van besluit 2011/172/GBVB van de Raad van 21 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen vanwege de situatie in Egypte (PB 2011, L 76, blz. 63) en artikel 2, lid 1, van verordening (EU) nr. 270/2011 van de Raad van 21 maart 2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Egypte (PB 2011, L 76, blz. 4) niet van toepassing zijn voor zover zij verzoekers betreffen, en bijgevolg besluit (GBVB) 2016/411 nietig verklaren, voor zover dit besluit op verzoekers van toepassing is,
—
de Raad verwijzen in verzoekers’ kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekers zes middelen aan.
1.
Eerste middel: de Raad heeft voor artikel 1, lid 1, van besluit 2011/172/GBVB (hierna: „besluit”) en artikel 2, lid 1, van verordening (EU) nr. 270/2011 (hierna: „verordening”) geen geldige rechtsgrondslag gegeven. Er is geen bewijs dat de Raad bij het nemen van het bestreden besluit de rechtsgrondslag van artikel 1, lid 1, van besluit (GBVB) 2016/411 (hierna: „bestreden besluit”) heeft getoetst, ook al is dit op grond van artikel 5 van het besluit uitdrukkelijk voorgeschreven. Het feit dat artikel 1, lid 1, wellicht een geldige rechtsgrondslag had toen het op 21 maart 2011 voor het eerst werd aangenomen, betekent niet dat de rechtsgrondslag van deze bepaling ook nog in 2016 of daarna geldig is.
2.
Tweede middel: de Raad heeft de rechten geschonden die verzoekers genieten uit hoofde van artikel 6 VEU, gelezen in samenhang met de artikelen 2 en 3 VEU, en de artikelen 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, door te vooronderstellen dat gerechtelijke procedures in Egypte de fundamentele mensenrechten eerbiedigen.
3.
Derde middel: de Raad heeft kennelijke beoordelingsfouten gemaakt door vast te stellen dat was voldaan aan het criterium voor plaatsing van verzoekers op een lijst, vastgelegd in artikel 1, lid 1, van het besluit en artikel 2, lid 1, van de verordening.
4.
Vierde middel: de Raad is tekortschoten in zijn verplichting om de nieuwe plaatsing van verzoekers op een lijst toereikend te motiveren.
5.
Vijfde middel: de Raad heeft verzoekers’ recht van verdediging en het recht op behoorlijk bestuur en op een doeltreffende voorziening in rechte geschonden. Meer in het bijzonder heeft de Raad niet zorgvuldig en onpartijdig onderzocht of de redenen die waren aangevoerd ter rechtvaardiging van de nieuwe plaatsing van verzoekers op een lijst, gegrond waren in het licht van de opmerkingen die verzoekers hadden gemaakt voordat zij opnieuw op een lijst werden geplaatst.
6.
Zesde middel: de Raad heeft, zonder rechtvaardiging of evenredigheid, verzoekers’ grondrechten geschonden, daaronder begrepen hun recht op bescherming van hun eigendom en hun goede naam. Het bestreden besluit heeft vergaande gevolgen voor verzoekers, zowel wat hun eigendom als hun reputatie wereldwijd betreft. De Raad heeft niet aangetoond dat de bevriezing van verzoekers’ tegoeden en economische middelen verband houdt met of gerechtvaardigd is door een legitieme doelstelling en al helemaal niet dat die bevriezing evenredig is aan een dergelijke doelstelling.