18.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 260/48
Beroep ingesteld op 2 juni 2016 – Solelec e.a./Parlement
(Zaak T-281/16)
(2016/C 260/60)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Solelec SA (Esch-sur-Alzette, Luxemburg), Mannelli & Associés SA (Bertrange, Luxemburg), Paul Wagner et fils SA (Luxemburg, Luxemburg), Socom SA (Foetz, Luxemburg) (vertegenwoordiger: S. Marx, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
—
nietig verklaren besluit D (2016)14480 van 27 mei 2016 van het Directoraat-Generaal Infrastructuur en Logistiek van het Europees Parlement waarbij de offerte van de tijdelijke vereniging „ELECTRO KAD”, samengesteld uit de ondernemingen SOLELEC SA, MANNELLI & ASSOCIÉS SA, PAUL WAGNER & FILS SA en SOCOM SA, voor perceel 75 „elektriciteit – sterkstroom”, op 14 januari 2016 ingediend in het kader van de oproep tot inschrijving INLO-D-UPIL-T-15-AO6 betreffende het project voor de uitbreiding en modernisering van Konrad Adenauer-gebouw te Luxemburg, terzijde is gelegd en de opdracht aan een andere inschrijver is gegund;
—
de overlegging gelasten van de documenten van het aanbestedingsdossier waarin van de contacten die tussen het Parlement en de inschrijvers hebben plaatsgevonden aantekeningen zijn gemaakt overeenkomstig artikel 160, lid 3, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad;
—
verweerder in de kosten verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van hun beroep voeren verzoeksters twee middelen aan.
1.
Eerste middel: de tijdelijke vereniging waaraan de opdracht is gegund voldoet niet aan de selectiecriteria doordat een van de leden ervan niet voor de volle duur van de werkzaamheden rechtspersoonlijkheid heeft en de tijdelijke vereniging waaraan de opdracht is gegund niet de in het bestek opgesomde referenties betreffende haar vakbekwaamheid en vakkundigheid heeft kunnen overleggen.
2.
Tweede middel: niet-eerbiediging van de gunningscriteria. Vergelijking van de door verzoeksters ingediende offerte met de offerte van de tijdelijke vereniging waaraan de opdracht is gegund toont aan deze laatste offerte abnormaal laag is, hetgeen voor verweerder reden had moeten zijn om die offerte terzijde te leggen en de opdracht aan verzoeksters te gunnen.