16.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 296/24
Beroep ingesteld op 14 juni 2016 — Novartis Europharm/Commissie
(Zaak T-303/16)
(2016/C 296/33)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Novartis Europharm Ltd (Camberley, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordiger: C. Schoonderbeek, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 4 april 2016 [C(2016) 2083(final)], en
—
verwijzing van de Europese Commissie in haar eigen kosten en in die van Novartis.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: het besluit van de Commissie van 4 april 2016 is onwettig doordat het de exclusiviteitsrechten van Novartis op het weesgeneesmiddel voor haar product TOBI Podhaler krachtens artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 141/2000 (1) inzake weesgeneesmiddelen schendt en doordat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van een afwijking van deze exclusiviteitsrechten op het weesgeneesmiddel overeenkomstig artikel 8, lid 3, van deze verordening.
2.
Tweede middel: het besluit van de Commissie van 4 april 2016 werd voorbereid en vastgesteld in strijd met de „zorgvuldigheidsplicht”, ook gekend als het „zorgvuldigheidsbeginsel”, met name doordat geen rekening werd gehouden met alle relevante wetenschappelijke gegevens inzake de betrokken geneesmiddelen en doordat Novartis niet werd geraadpleegd als belanghebbende bij de wetenschappelijke beoordeling.
(1) Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB 2000, L 18, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy