27.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/29
Beroep ingesteld op 15 december 2016 — MS/Commissie
(Zaak T-314/16)
(2017/C 063/40)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: MS (Castries, Frankijk) (vertegenwoordigers: L. Levi en M. Vandenbussche, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
Het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;
en mitsdien:
—
het besluit van de Commissie van 2 februari 2016 houdende weigering van de toegang tot documenten en het besluit van 19 april 2016 tot bevestiging van die weigering nietig verklaren;
—
de als gevolg van de onjuiste handelwijze van de Europese Commissie ontstane immateriële schade, die ex aequo et bono wordt geraamd op 20 000 EUR doen vergoeden;
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert verzoekster één enkel middel aan, ontleend aan schending van verordening nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 2001, L 145, blz. 43), en met name van de artikelen 2 en 4 daarvan.
Volgens verzoekster heeft de Commissie zich, om de toegang tot de gevraagde documenten te weigeren, beroepen op twee, in artikel 4 van verordening nr. 1049/2001 neergelegde uitzonderingen, te weten, ten eerste, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu en, ten tweede, de bescherming van gerechtelijke procedures. De Commissie heeft evenwel niet aangetoond dat de openbaarmaking van voornoemde documenten zou hebben geleid tot ondermijning van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de personen die in deze documenten worden genoemd. Bovendien was de doorgifte van de in die documenten vervatte persoonsgegevens absoluut noodzakelijk om de tegen verzoekster uitgebrachte beschuldigingen te begrijpen. Zonder die mogelijkheid is jegens verzoekster het beginsel van equality of arms niet gewaarborgd en is zij niet in staat om een adequate verdediging voor te bereiden. De toegang tot documenten, alsmede tot de daarin vervatte persoonsgegevens is echter noodzakelijk, gerechtvaardigd en evenredig met het oog op de doelstelling van behoorlijk bestuur, bescherming van de rechten van verdediging en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van verzoekster. De Commissie ondermijnt de persoonlijke levenssfeer van verzoekster bovendien ook doordat zij de op haar betrekking hebbende persoonsgegevens niet loyaal behandelt.
Subsidiair beklemtoont verzoekster dat de in artikel 4 bedoelde uitzonderingen zich enkel verzetten tegen de openbaarmaking van het gevraagde document indien een openbaar belang die openbaarmaking niet rechtvaardigt. Zij is van mening dat de grondrechten, en met name de rechten van verdediging, een dergelijk openbaar belang vormen.
In haar besluit tot afwijzing van het confirmatief verzoek, heeft de Commissie slechts een louter algemene motivering verstrekt, daar zij niet uitlegt hoe een gedeeltelijke toegang tot voornoemde documenten het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van de daarin genoemde individuen in gevaar zou brengen.
Ten slotte is verzoekster van mening dat de door de Commissie begane onregelmatigheden stuk voor stuk fouten opleveren die haar een reële en zekere schade hebben berokkend.
Full & Egal Universal Law Academy