31.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/47
Beroep, ingesteld op 12 juli 2016 — Gaki/Europol
(Zaak T-366/16)
(2016/C 402/56)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Anastasia-Soultana Gaki (Düsseldorf, Duitsland) (vertegenwoordiger: G. Keisers, advocaat)
Verwerende partij: Europese Politiedienst (Europol)
Conclusies
—
preciseren in welke omstandigheden verzoekster de feiten zou hebben gepleegd volgens het door Griekenland uitgevaardigde Europese aanhoudingsbevel, op grond waarvan zij sinds 2011 binnen de Europese Unie met de steun van Europol onrechtmatig wordt opgespoord (recht van verzoekster op een gemotiveerd standpunt);
—
het gemeenschappelijke controleorgaan (hierna: „GCO”) gelasten een einde te maken aan de onrechtmatige opslag van (onjuiste) gegevens over verzoekster in het Europol-informatiesysteem;
—
het GCO gelasten bij de uitoefening van haar recht op toegang tot en opvraging van de in SIS II opgenomen gegevens erom te verzoeken dat wordt gecontroleerd of de op verzoeksters vrijheid gemaakte inbreuk — gelet op de inhoud van het Europese aanhoudingsbevel (hierna: „EAB”) — geoorloofd is;
—
Europol gelasten het parket in hoger beroep in Athene te vragen welke openbare aanklager in hoger beroep op 23 mei 2016 heeft beslist het EAB te handhaven en aldus verzoekster willekeurige vrijheidsbeneming heeft bevolen, alsook welke van de beide nationale aanhoudingsbevelen — waarvan het EAB een kopie is — rechtskracht heeft. Het voormelde parket dient tevens de vraag te beantwoorden hoe het mogelijk is dat in het EAB verzoeksters adres in Duitsland wordt vermeld, terwijl beide nationale aanhoudingsbevelen — waarvan het EAB een kopie is — juist tegen verzoekster zijn uitgevaardigd omdat de Griekse justitie zogenaamd niet beschikte over een adres van verzoekster;
—
het GCO gelasten om een gemotiveerd antwoord te geven op de vraag wat Europol heeft ondernomen na kennisneming van het feit dat bij de Generalstaatsanwaltschaft Düsseldorf [openbaar ministerie bij de hoogste rechterlijke instantie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, Düsseldorf (Duitsland)] een strafklacht is ingediend tegen de Griekse openbare aanklager in hoger beroep die het EAB tegen verzoekster heeft uitgevaardigd;
—
verzoekster een schadevergoeding van 3 miljoen EUR toekennen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 41 van besluit 2007/533/JBZ (1), gelezen in samenhang met de artikelen 30, lid 7, 31 en 52 van besluit 2009/371/JBZ (2)
2.
Tweede middel: schending van artikel 296, tweede alinea, VWEU en artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, gelezen in samenhang met de artikelen 1, 9 en 23 van besluit nr. 29/2009 van het GCO.
(1) Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB 2007, L 205, blz. 63).
(2) Besluit van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB 2009, L 121, blz. 37).