29.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 314/33
Beroep ingesteld op 13 juli 2016 — Luciad/Commissie
(Zaak T-369/16)
(2016/C 314/45)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Luciad (Leuven, België) (vertegenwoordigers: D. Arts, P. Smet en I. Panis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het beroep tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatssteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door België ten uitvoer gelegd, ontvankelijk en gegrond te verklaren;
—
het besluit van de Commissie van 11 januari 2016 betreffende de staatssteunregeling inzake vrijstelling van overwinst SA.37667 (2015/C) (ex 2015/NN) door België ten uitvoer gelegd, nietig te verklaren; en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout en een schending van artikel 1(d) van Verordening nr. 2015/1589 (1) en artikel 107, lid 1, VWEU.
—
Verzoekende partij voert aan dat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout maakt wanneer zij stelt dat de fiscale „rulings” niet als een uitvoeringsmaatregel kunnen worden beschouwd en de door haar omschreven overwinstregeling als een steunregeling moet worden beschouwd.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van artikel 296 VWEU wegens ontoereikende motivering en schending van artikel 107, lid 1, VWEU wegens gebrek aan een maatregel die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen.
—
Verzoekende partij voert aan dat de Commissie nalaat aan te geven op welke manier het overwinstregime de mededinging zou kunnen vervalsen of dreigen te vervalsen.
—
De Commissie zou er onterecht van uitgaan dat een fiscale „ruling” in toepassing van het overwinstregime automatisch leidt tot de bevrijding van een last voor de betrokken ondernemingen en, door geen rekening te houden met de in het buitenland geheven of te heffen belasting op de overwinst, zou ze onterecht besluiten dat de regeling voor vrijstelling van de overwinst de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen.
3.
Derde middel, ontleend aan een schending van artikel 296 VWEU wegens ontoereikende motivering en een schending van artikel 107, lid 1, VWEU omdat de bestreden regeling het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt.
4.
Vierde middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout en schending van artikel 107, lid 1, VWEU omdat de bestreden regeling geen selectief voordeel verstrekt.
—
Verzoekende partij voert aan dat het overwinstregime een algemene fiscale regeling is die van toepassing is op elke Belgische onderneming en inherent is aan de referentieregeling van het Belgische stelsel van vennootschapsbelasting, dat specifieke regels voorziet voor grensoverschrijdende situaties, zodat de Commissie een kennelijke beoordelingsfout maakt wanneer zij stelt dat het overwinstregime enerzijds een afwijking vormt van de referentieregeling en anderzijds van het zakelijkheidsbeginsel.
(1) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9)