17.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/16
Beroep ingesteld op 29 juli 2016 — Spanje/Commissie
(Zaak T-401/16)
(2016/C 383/22)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordigers: S. Centeno Huerta en M. García Valdecasas Dorrego, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van de aankondigingen van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/323/16-Onderzoekers (AD 7) en EPSO/AD/324/16-Onderzoekers (AD 9): teamhoofden;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van de artikelen 1 en 2 van verordening nr. 1/58, van artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 1 quinquies van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, wegens de beperking van de communicatieregeling tussen EPSO en de kandidaten, daaronder begrepen wat het sollicitatieformulier betreft.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van de artikelen 1 en 6 van verordening nr. 1/58, van artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, van de artikelen 1 quinquies, leden 1 en 6, 27 en 28, onder f), van het Ambtenarenstatuut alsmede van artikel 1 van bijlage III bij het Ambtenarenstatuut, wegens de onredelijke beperking van de tweede taal tot drie talen, namelijk het Engels, het Frans en het Duits, met uitsluiting van de andere officiële talen van de Europese Unie.
3.
Derde middel, ontleend aan discriminatie op grond van taal welke verboden wordt door artikel 1 van verordening nr. 1/58, door artikel 22 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, door de artikelen 1 quinquies, leden 1 en 6, 27 en 28, onder f), van het Ambtenarenstatuut en door artikel 1 van bijlage III bij dat Statuut, daar de keuze van het Engels, het Frans en het Duits volkomen willekeurig is.
De verzoekende partij preciseert dat die middelen moeten worden gelezen in het licht van het arrest van het Hof van 27 november 2012 in zaak C-566/10 P, Italië/Commissie, en van de arresten van het Gerecht van 24 september 2015 in de gevoegde zaken T-191/13 en T-124/13, Italië en Spanje/Commissie, en van 17 december 2015 in de zaken T-275/13, T-295/13 en T-510/13, Italië/Commissie, welke arresten bij gebreke van hogere voorziening door de Commissie definitief zijn geworden en waaraan geen uitvoering is gegeven in de bestreden aankondigingen van vergelijkend onderzoek