10.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 371/14
Beroep ingesteld op 28 juli 2016 — Achemos Grupė en Achema/Commissie
(Zaak T-417/16)
(2016/C 371/16)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Achemos Grupė UAB (Vilnius, Litouwen) en Achema AB (Jonava, Litouwen) (vertegenwoordigers: R. Martens en C. Maczkovics, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit van de Commissie van 20 november 2013 inzake steunmaatregel SA. 36740 (2013/NN) — Litouwen, steun aan Klaipedos Nafta — LNG-terminal, Brussel, C(2013) 7884 final, PB C 161, 2016, blz. 1, nietig verklaren, en
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de procedureregels van artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 4, lid 4, van verordening 2015/1589 (1) en van de regels van behoorlijk bestuur, aangezien de Commissie, ondanks de ernstige moeilijkheden bij het beoordelen van de verenigbaarheid van de staatssteunmaatregelen in kwestie met de interne markt, louter vertrouwde op een eerste onderzoek van de staatssteunmaatregelen, terwijl met het oog op die ernstige moeilijkheden de Commissie verplicht was de procedure op grond van artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 6 van verordening 2015/1589 in te leiden.
2.
Tweede middel: schending van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU, aangezien de Commissie de beoordelingscriteria, zoals uiteengezet in overweging 135 van het bestreden besluit, niet correct toepast, terwijl
—
ten eerste, wat de geschiktheid en de noodzaak van de maatregelen betreft, de Commissie die maatregelen concreet zou moeten hebben beoordeeld en moeten hebben onderzocht of er andere, meer doelgerichte, instrumenten voorhanden waren;
—
ten tweede de Commissie zou moeten hebben geconcludeerd dat er geen sprake is van een stimulerend effect, aangezien KN wettelijk verplicht is om de LNG-terminal te ontwikkelen;
—
ten derde de Commissie zou moeten hebben beoordeeld of de grootte van de gesubsidieerde LNG-terminal in verhouding stond tot het bereiken van het nagestreefde doel en geen overcapaciteit tot stand bracht.
3.
Derde middel: schending van artikel 106, lid 2, VWEU, van de DAEB-kaderregeling (2) en van de algemene beginselen, zoals die van gelijke behandeling en bescherming van gewettigd vertrouwen, alsook van de procedureregels van richtlijn 2004/18 (3) en van artikel 14 van richtlijn 2004/18, aangezien de Commissie de DAEB-kaderregeling onjuist heeft toegepast door te aanvaarden dat KN voor een periode van vijfenvijftig jaar met het beheer wordt belast, met een winst die overeenkomt met de interne opbrengstvoet van het project, terwijl
—
ten eerste de toewijzingsperiode zou moeten zijn gerechtvaardigd onder verwijzing naar objectieve criteria zonder overschrijding van de periode die nodig is om de activa (financieel) te kunnen afschrijven die voor het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang het meest van belang zijn;
—
ten tweede de selectie van KN niet kon zijn uitgezonderd van de procedureregels op grond van de bescherming van wezenlijke (veiligheids)belangen in de zin van artikel 14 van richtlijn 2004/18, aangezien er in deze zaak alternatieve middelen voorhanden zijn die minder beperkend van aard zijn dan een onderhandse gunning;
—
ten derde, gelet op het risico waaraan KN is blootgesteld, haar winst zou moeten zijn beperkt tot de relevante swaprente (als mogelijk geherwaardeerd om rekening te houden met de vervaldag), met een opslag van 100 basispunten.
(1) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).
(2) Mededeling van de Commissie — EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2011) (PB 2012, C 8, blz. 15) (hierna: „DAEB-kaderregeling)”.
(3) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB 2004, L 134, blz. 114).
Full & Egal Universal Law Academy