10.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 371/19
Beroep ingesteld op 3 augustus 2016 — AEIM en Kazenas/Commissie
(Zaak T-436/16)
(2016/C 371/21)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: L’application électronique industrielle moderne (AEIM) (Algrange, Frankrijk), Philippe Kazenas (Luxemburg, Luxemburg) (vertegenwoordiger: B. Wizel, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling aan verzoekster van het bedrag van 536 912 EUR, dat overeenkomt met het financiële verlies op verzonken investeringen voor bezoeken vóór de toewijzing van de overheidsopdrachten, die frauduleus zijn gegund;
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling aan verzoekster van het bedrag van 2 092 650 EUR, dat overeenkomt met de winstderving voor de overheidsopdrachten waarop verzoekster aanspraak had kunnen maken indien zij billijk en zonder corruptie waren toegewezen;
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling aan verzoeker van het bedrag van 85 000 EUR, dat overeenkomt met de advocatenkosten die [hij] heeft moeten betalen voor de organisatie van [zijn] verdediging wegens de corruptie van een Europees ambtenaar;
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling aan verzoeker van het bedrag van 150 000 EUR als vergoeding voor morele schade;
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling aan verzoekster van vergoedingsrente op al die bedragen vanaf december 2005, zijnde het einde van de inbreukperiode;
—
de verwerende partij veroordelen tot vergoeding van de advocatenkosten voor deze aanleg, voor een bedrag van 75 000 EUR;
—
de verwerende partij veroordelen tot betaling van moratoire rente, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van het te wijzen arrest;
—
de verwerende partij verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De verzoekende partijen voeren het onwettige gedrag van een ambtenaar van de Europese Commissie aan bij de toewijzing van overheidsopdrachten, waardoor zij zware schade hebben geleden, die direct verband houdt met dat gedrag en waarvoor zij vergoeding vorderen.
Zij menen aldus dat de drie voorwaarden vervuld zijn opdat de Europese Unie niet-contractueel aansprakelijk kan worden gehouden, te weten een onwettige gedraging van een instelling of een van haar personeelsleden, daadwerkelijke schade en een oorzakelijk verband tussen de gedraging van dat personeelslid en de aangevoerde schade.
Zij voeren in de onderhavige zaak aan dat de corruptiefeiten van de Europese ambtenaar in het kader van de toewijzing van overheidsopdrachten een voldoende gekwalificeerde schending zijn van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie die de aanbestedende dienst in overheidsopdrachtenprocedures ten aanzien van alle inschrijvers moet naleven.
De verzoekende partijen betogen dat de frauduleuze toewijzing van de betrokken overheidsopdrachten reële schade heeft veroorzaakt voor de vennootschap AEIM, die enkel opdrachten heeft gekregen in landen die als gevaarlijk worden bestempeld en die de twee andere corrumperende inschrijvers niet wensten, terwijl de vennootschap, die als enige eerlijk heeft ingeschreven, alle opdrachten had kunnen verkrijgen als zij zonder corruptie waren gegund.
Zij wensen zich te beroepen op het beginsel van goed bestuur van de Commissie, die in de onderhavige zaak blijk heeft gegeven van zware disfuncties, en op het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen, dat van toepassing is op alle ondernemers bij wie een instelling gegronde verwachtingen heeft doen ontstaan.
De verzoekende partijen zijn ook van mening dat zij, naast financiële schade, morele schade hebben geleden, met name als gevolg dat afbreuk is gedaan aan hun reputatie en zij verplicht waren zich te verdedigen tegen beschuldigingen die onjuist en denkbeeldig zijn gebleken.
Full & Egal Universal Law Academy