24.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/42
Beroep ingesteld op 19 augustus 2016 — Spanje/Commissie
(Zaak T-459/16)
(2016/C 392/56)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: M. Sampol Pucurull, Abogado del Estado)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1059 van de Commissie van 20 juni 2016 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), voor zover dit besluit ziet op in het Koninkrijk Spanje toegekende oppervlaktesteun waarmee een bedrag van 262 887 429,57 EUR is gemoeid;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij één middel aan dat uiteenvalt in twee onderdelen.
Gesteld wordt dat de door de Commissie opgelegde forfaitaire correcties zich niet verdragen met artikel 31 van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB 2005, L 209, blz. 1) en de richtsnoeren van 1997 (document VI/5330/97) met betrekking tot de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een correctie van 25 % of 10 % op te leggen. De Commissie is buiten de grenzen van haar beoordelingsvrijheid gegaan en heeft het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel geschonden.
—
In de eerste plaats menen de Spaanse autoriteiten dat de verschillende forfaitaire correcties in strijd zijn met artikel 31, lid 2, van verordening nr. 1290/2005, gelezen in samenhang met de richtsnoeren van 1997 en het evenredigheidsbeginsel, aangezien niet is gebleken van redelijke en duidelijke aanwijzingen die de slotsom rechtvaardigen dat een financiële correctie van 25 % moet worden gehanteerd met betrekking tot grasland met bomen voor de periode 2009-2013, behalve voor grasland met bomen in vijf autonome regio’s voor 2009, ten aanzien waarvan is geoordeeld dat artikel 73 bis, lid 2 bis, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PB 2004, L 141, blz. 18) van toepassing is.
De Spaanse autoriteiten zijn het evenmin eens met het feit dat de Commissie ten aanzien van grasland met struiken een forfaitaire correctie van 10 % voor de periode 2009-2013 toepast, en dit tevens doet ten aanzien van grasland met verspreid staande bomen voor 2009.
—
In de tweede plaats zijn de Spaanse autoriteiten van mening dat het bestreden besluit zich niet verdraagt met artikel 31 van verordening nr. 1290/2005, gelezen in samenhang met het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, aangezien in het besluit voorbij wordt gegaan aan artikel 73 bis, lid 2 bis, van verordening nr. 796/2004, gelezen in samenhang met artikel 137 van verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB 2009, L 30, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy