14.8.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 269/25
Beroep ingesteld op 16 mei 2017 — PC/EASO
(Zaak T-610/16)
(2017/C 269/37)
Procestaal: Fins
Partijen
Verzoekende partij: PC (vertegenwoordigers: L. Railas, advocaat)
Verwerende partij: Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het negatieve beoordelingsrapport over de proeftijd dat over verzoekster is uitgebracht en EASO te veroordelen tot opstelling van een nieuw beoordelingsrapport over haar, waarin wordt vastgesteld dat zij in haar post kan blijven;
—
nietig te verklaren besluit EASO/ED/2015/358;
—
vast te stellen dat het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag (hierna: „TAOBG”) niet betrokken was bij verzoeksters ontslag;
—
nietig te verklaren besluit EASO/HR/2015/607, waarbij de arbeidsbetrekking met verzoekster na de proeftijd wordt beëindigd, met als gevolg dat de arbeidsbetrekking zonder onderbreking wordt voortgezet van 1 maart 2015 tot en met 28 februari 2020 (de in de overeenkomst voorziene beëindiging van de arbeidsovereenkomst);
—
voor zover EASO verzoekster niet kan herplaatsen in haar post, EASO te veroordelen tot vergoeding, aan verzoekster, van de schade die zij door het onwettige besluit van EASO heeft geleden, door haar bij wijze van schadevergoeding de bezoldiging, de vergoedingen en de bij haar ambt behorende werkgeversbijdragen te betalen voor de periode tussen 1 december 2015 en 28 februari 2020;
—
voor zover EASO verzoekster niet kan herplaatsen in haar post, EASO te veroordelen tot betaling, aan verzoekster en bij wijze van schadevergoeding, van de bezoldiging, de vergoedingen en de bij haar ambt behorende werkgeversbijdragen, voor de periode waarin zij niet heeft gewerkt, dat wil zeggen tussen 1 december 2015 en haar herplaatsing;
—
EASO te veroordelen tot betaling, aan verzoekster, van zes maanden bezoldiging en de werkgeversbijdragen overeenkomstig zaak F-113/13, punt 5, en
—
EASO te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zeven middelen aan.
1.
Eerste middel: de beoordelaar van de proeftijd heeft misbruik gemaakt van zijn beoordelingsbevoegdheid toen hij een negatief rapport over die periode heeft opgesteld en zonder reden in het openbaar kritiek op verzoekster heeft geleverd. EASO heeft zonder enige verwijzing naar de rechtspraak of naar een andere rechtsbron vastgesteld dat (elke) „beoordelaar beschikt over een bijzonder ruime beoordelingsbevoegdheid om het werk te beoordelen van de persoon over wie hij een rapport moet uitbrengen, aangezien het beoordelingsrapport de vrijelijk geuite mening van de beoordelaar weergeeft”.
2.
Tweede middel: EASO heeft bij de vaststelling van het rapport over de proeftijd het criterium van een billijke beoordeling geschonden. De beoordeling over de proeftijd waarop het ontslagbesluit is gebaseerd, heeft plaatsgevonden zonder rekening te houden met de „feiten zoals die bestonden” en in strijd met de op het gebied van de beoordeling van het personeel geldende regels en met de gids van EASO over de beoordeling van het personeel in de proeftijd. Voorts is geen rekening gehouden met verzoeksters schriftelijke opmerkingen over het rapport over de proeftijd.
3.
Derde middel: EASO heeft het beginsel van gelijke behandeling geschonden en de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie onjuist uitgelegd toen het deze op verzoekster toepaste.
4.
Vierde middel: EASO heeft misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid, door het officiële EU-document EASO/2015/358 (delegatie van bevoegdheid) te ondertekenen, dat onwettig is wegens het ontbreken van verplichte uitvoeringsregels van de raad van bestuur van EASO, kennelijk belangenconflicten bevat en waarvan de datum onjuist is.
5.
Vijfde middel: EASO heeft in het rapport over de proeftijd en in de verdere procedure document EASO/ED/2015/358 gebruikt, dat geantedateerd is.
6.
Zesde middel: EASO heeft in de volledige beoordelingsprocedure van de proeftijd, de procesregels voor de beoordelingsprocedure, de regels voor administratieve onderzoeken en verzoeksters rechten van verweer geschonden. Het besluit over het rapport over de proeftijd had anders, dat wil zeggen positiever kunnen zijn, indien EASO niet de regels van het Statuut van de ambtenaren van de Unie had geschonden en de gids van EASO over de beoordeling van het personeel in de proeftijd.
7.
Zevende middel: verzoekster heeft met succes argumenten aangevoerd die de geldigheid van het ontslagbesluit ter discussie beoogden te stellen. Zo is het besluit van EASO om haar arbeidsovereenkomst te beëindigen gebaseerd op een onjuiste beoordeling, op tekortkomingen van EASO in de loop van de beoordelingsprocedure van de proeftijd, daaronder begrepen de onwettige benoeming van degene die het ontslagbesluit heeft vastgesteld, zijn gebrek aan professionalisme in personeelszaken, zijn gebrek aan ervaring met beoordelingsdocumenten over de proeftijd, tekortkomingen bij de beoordeling van de proeftijd en van de door verzoekster aangevoerde grieven en toelichtingen.