24.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/46
Beroep ingesteld op 29 augustus 2016 — České dráhy/Commissie
(Zaak T-621/16)
(2016/C 392/60)
Procestaal: Tsjechisch
Partijen
Verzoekende partij: České dráhy a. s. (Praag, Tsjechië) (vertegenwoordigers: K. Muzikář, J. Kindl, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C(2016) 3993 final van de Commissie van 22 juni 2016 in zaak AT.40401 — Twins, waarbij een inspectie is gelast overeenkomstig artikel 20, lid 4, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
—
verwijzing van de Commissie in alle kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: het bestreden besluit is vastgesteld op grond van documenten die zijn verkregen tijdens een voorgaande inspectie die op de kantoren van České dráhy heeft plaatsgevonden en die op grond van een onrechtmatig besluit was uitgevoerd. De Europese Commissie kon de op die wijze verkregen documenten niet gebruiken, zelfs niet om het in de onderhavige procedure bestreden besluit vast te stellen.
2.
Tweede middel: de documenten op grond waarvan het bestreden besluit is vastgesteld zijn door de Europese Commissie tijdens een voorgaande inspectie, buiten het kader van het onderwerp van die inspectie, en dus op onrechtmatige wijze, verkregen.
3.
Derde middel: het bestreden besluit en de daarmee verband houdende inspectie door de Europese Commissie vormen een onevenredige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verzoekende partij. Het bestreden besluit is door de Europese Commissie vastgesteld zonder het bestaan van rechtmatig verkregen documenten, terwijl de Commissie het onderwerp van de inspectie ontoelaatbaar ruim heeft gedefinieerd en zij de grenzen van haar onderzoeksbevoegdheden te buiten is gegaan.
4.
Vierde middel: het onderwerp en het doel van de inspectie worden door het bestreden besluit niet op passende wijze afgebakend, onder andere doordat het de periode waarop de inspectie betrekking had ontoelaatbaar ruim formuleert, en het bestreden besluit geeft geen behoorlijke redenen.
5.
Vijfde middel: het bestreden besluit en de daarmee verband houdende inspectie hebben een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de fundamentele rechten en vrijheden van de verzoekende partij, zoals gewaarborgd door artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de EU (of artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) en artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de EU (of artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden).
Full & Egal Universal Law Academy