17.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/24
Beroep ingesteld op 5 september 2016 — Gollnisch/Parlement
(Zaak T-624/16)
(2016/C 383/34)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Bruno Gollnisch (Villiers-le-Mahieu, Frankrijk) (vertegenwoordiger: N. Fakiroff, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
—
Nietigverklaring van het besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 1 juli 2016, waarvan kennisgeving werd gedaan op 6 juli 2016, waarin is bepaald „dat een bedrag van 275 984,23 EUR ten onrechte zou zijn uitbetaald aan Bruno GOLLNISCH” en waarin de bevoegde ordonnateur en de rekenplichtige van de instelling wordt gelast om tot terugvordering van dit bedrag over te gaan;
—
Nietigverklaring van de kennisgeving en van de maatregelen ter uitvoering van genoemd besluit, vervat in de brief van de directeur-generaal Financiën van 6 juli 2016, ref. D 201920;
—
Nietigverklaring van debetnota nr. 2016-914, ondertekend door dezelfde directeur-generaal Financiën op 5 juli 2016;
—
Toekenning van een immateriële schadevergoeding van 40 000 EUR aan verzoeker, geleden als gevolg van valse beschuldigingen die reeds vóór de afsluiting van het onderzoek zijn geuit, aantasting van zijn imago, en het door het bestreden besluit ontstane grote ongerief voor zijn privé- en politieke leven;
—
Toekenning van een bedrag van 24 500 EUR voor de kosten van zijn raadslieden, de voorbereiding van het onderhavige beroep, de kosten voor het maken van kopieën en het neerleggen van het verzoekschrift en de bijlagen daarbij;
—
Verwijzing van het Europees Parlement in de kosten;
—
Subsidiair, voor zover het Gerecht niet overtuigd is van de relevantie en de juistheid van de door verzoeker uiteengezette rechtsmiddelen en feiten, en in het belang van een goede rechtsbedeling, rekening houdend met de onbetwistbare samenhang tussen enerzijds de gestelde feiten waarop het bestreden besluit berust en anderzijds de feiten die onderwerp zijn van een door de president van het Europees Parlement ingesteld strafrechtelijk onderzoek:
—
Aanhouding van de zaak totdat er een in gezag van gewijsde gegane definitieve beslissing is uitgesproken door de Franse rechter waar de door de president van het Europees Parlement ingestelde vervolging aanhangig is gemaakt;
—
Gelasting dat de uitvoering van het bestreden besluit wordt geschorst tot aan de beëindiging van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert de verzoekende partij elf middelen aan.
1.
Eerste middel: onbevoegdheid van de secretaris-generaal om de bestreden handelingen vast te stellen. De bevoegdheid tot financiële besluitvorming ten aanzien van leden van het Europees Parlement en de ledengroepen komt toe aan het bureau van het Europees Parlement.
2.
Tweede middel: schending van algemene rechtsbeginselen en van de vereisten inzake behoorlijk bestuur, voor zover de administratieve diensten van het Parlement de resultaten van het onderzoek en van de door deze diensten ingeleide procedures hadden moeten afwachten alvorens de bestreden handelingen vast te stellen.
3.
Derde middel: schending van verzoekers rechten van verdediging. De bestreden handelingen hebben het vermoeden van onschuld van verzoeker geschonden, alsmede zijn recht op een rechter, de mogelijkheid om een standpunt in te nemen ten aanzien van alle documenten die de administratieve diensten tegen hem wilden gebruiken, en zijn recht om gehoord te worden.
4.
Vierde middel: onrechtmatige omkering van de bewijslast, voor zover de administratieve diensten van het Parlement verzoeker achteraf om uitleg hebben verzocht ten aanzien van de door zijn medewerker verrichte werkzaamheden en de vergoedingen die aan deze medewerker zijn toegekend.
5.
Vijfde middel: ontoereikende motivering van de bestreden handelingen, wat blijk geeft van het geheel willekeurige karakter ervan.
6.
Zesde middel: schending van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van gewettigd vertrouwen, door de toepassing van niet bestaande bepalingen of bepalingen met terugwerkende kracht.
7.
Zevende middel: schending van de politieke rechten van parlementaire medewerkers.
8.
Achtste middel: de bestreden handelingen zijn discriminerend en de vaststelling ervan heeft levert een schending op het van verbod op détournement de pouvoir.
9.
Negende middel: schending van de onafhankelijkheid van de leden van het Europees Parlement en miskenning van de rol van lokale parlementaire medewerkers.
10.
Tiende middel: de klachten van de administratieve diensten van het Parlement zijn feitelijk ongegrond.
11.
Elfde middel: subsidiair: schending van het evenredigheidsbeginsel.
Full & Egal Universal Law Academy