31.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/51
Beroep ingesteld op 2 september 2016 — Przedsiębiorstwo Energetyki Cieplnej/ECHA
(Zaak T-625/16)
(2016/C 402/61)
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Przedsiębiorstwo Energetyki Cieplnej sp. z o.o. (Grajewo, Polen) (vertegenwoordiger: T. Dobrzyński, radca prawny)
Verwerende partij: Europees Agentschap voor chemische stoffen
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit nr. SME (2016) 2851 van het ECHA van 23 juni 2016 waarbij is vastgesteld dat de verzoekende partij niet voldoet aan de voorwaarden om gebruik te maken van het verlaagde tarief voor het middenbedrijf en een vergoeding voor administratieve kosten is opgelegd;
—
nietigverklaring van factuur nr. 10058238 van het ECHA van 23 juni 2016 ten belope van het verschil tussen de vergoeding die de verzoekende partij heeft voldaan en de verschuldigde vergoeding voor grote ondernemingen die is opgelegd op basis van besluit nr. SME (2016) 2851 van het ECHA;
—
nietigverklaring van factuur nr. 10058239 van het ECHA van 23 juni 2016 ten belope van het bedrag van de vergoeding voor administratieve kosten die is opgelegd op basis van besluit nr. SME (2016) 2851 van het ECHA;
—
nietigverklaring van besluit nr. 14/2015 van het bestuur van het ECHA van 4 juni 2015 (MB/43/2014) ME (2016) 2851;
—
verwijzing van de verwerende partij in de proceskosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het toedelingsbeginsel
—
De vergoeding voor administratieve kosten die in besluit MB/43/2014 van het bestuur van het ECHA is neergelegd en de grondslag vormt voor de vaststelling van het betwiste besluit en de facturen is onevenredig hoog ten opzichte van de functie die de vergoeding voor administratieve kosten moet vervullen, zodat zij eerder een straf lijkt. Een en ander vormt een schending van het toedelingsbeginsel in artikel 5 VEU in samenhang met overweging 11 van verordening (EG) nr. 340/2008 van de Commissie.
2.
Tweede middel: schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het recht op behoorlijk bestuur
—
De verzoekende partij heeft haar verklaring van de omvang van haar onderneming onderbouwd met gegevens die afkomstig zijn van onder meer het ECHA en nationale gegevens. De omvang van de onderneming had in overeenstemming met de wet van 2 juli 2004 inzake de vrijheid van onderneming vastgesteld moeten worden. Deze wet definieert ondernemingen niet aan de hand van de aandeelhoudersstructuur. Het ECHA heeft ontoereikende informatie verstrekt over de regels voor de registratie en vervolgens vergoedingen opgelegd zonder de mogelijkheid te bieden de vergissing te herstellen.
3.
Derde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel
—
Overeenkomstig de bepalingen van verordening (EG) nr. 1907/2006 en verordening (EG) nr. 340/2008 van de Commissie moeten vergoedingen voor administratieve kosten worden aangepast bij de daadwerkelijke kosten van de controle door de ECHA. De praktijk van het ECHA om ondernemingen die onregelmatige verklaringen over hun omvang hebben afgelegd, te belasten met de kosten van de controles bij alle ondernemingen, moet als ontoelaatbaar worden beschouwd.
4.
Vierde middel: schending van het gelijkheidsbeginsel
—
Door vergoedingen voor administratieve kosten op te leggen en de hoogte ervan afhankelijk te stellen van de omvang van een onderneming heeft het ECHA het gelijkheidsbeginsel geschonden. Een onderneming die uitsluitend vanwege de door een overheidsinstelling daarin aangehouden aandelen als groot is gekwalificeerd, dezelfde vergoeding voor administratieve kosten opleggen als een onderneming die als groot gekwalificeerd zou moeten worden vanwege haar jaaromzet en personeelsbestand is een schending van het gelijkheidsbeginsel.
5.
Vijfde middel: ongeldigheid van de facturen uitgereikt op basis van het bestreden besluit
—
Ten gevolge van de nietigverklaring van besluit nr. SME (2016) 2851 van het ECHA moeten de facturen die de grondslag vormen voor de vordering van het ECHA nietig worden verklaard. De opgelegde vergoedingen zijn tevens niet verschuldigd omdat de verzoekende partij ten tijde van de vaststelling van besluit nr. SME (2016) 2851 van het ECHA en de uitreiking van de facturen niet gehouden was zich in het REACH-systeem te registreren.