17.10.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/26
Beroep ingesteld op 2 september 2016 — Troszczynski/Parlement
(Zaak T-626/16)
(2016/C 383/35)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Mylène Troszczynski (Noyon, Frankrijk) (vertegenwoordiger: M. Ceccaldi, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de secretaris-generaal van het Europees Parlement van 23 juni 2016, dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 33, 43, 62, 67 en 68 van gewijzigd besluit 2009/C 159/01 van het Bureau van het Europees Parlement van 19 mei en 9 juli 2008„houdende de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden van het Europees Parlement”, waarbij ten aanzien van verzoekende partij een vordering is vastgesteld van 56 554,00 EUR voor ten onrechte betaalde bedragen in het kader van de assistentie aan de parlementsleden en waarbij redenen zijn gegeven voor de terugvordering ervan met toepassing van artikel 68 van de uitvoeringsbepalingen en de artikelen 78, 79 en 80 van het Financieel Reglement;
—
nietigverklaring van debetnota nr. 2016-888, ongedateerd, waarbij verzoekende partij ervan op de hoogte werd gesteld dat ten aanzien van haar een vordering is vastgesteld ingevolge het besluit van de secretaris-generaal van 23 juni 2016, terugvordering van ten onrechte als assistentie aan de parlementsleden betaalde bedragen, toepassing van artikel 68 van de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden en de artikelen 78, 79 en 80 van het Financieel Reglement;
—
verwijzing van het Europees Parlement in alle kosten van de procedure;
—
veroordeling van het Europees Parlement tot het betalen aan Mylène Troszczynski van het bedrag van 50 000 EUR als vergoeding van invorderbare kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: gebreken die leiden tot de externe onwettigheid van de bestreden handelingen. Dit middel valt uiteen in drie onderdelen.
—
Eerste onderdeel: het Bureau van het Europees Parlement, en niet de secretaris-generaal, is materieel bevoegd voor de financiële handelingen die de politieke partijen, en derhalve de leden van het Europees Parlement, aangaan.
—
Tweede onderdeel: het Bureau van het Europees Parlement heeft geen bevoegdheid over zijn eigen bevoegdheid, en kan dus de aard en de reikwijdte van zijn bevoegdheid niet wijzigen. De secretaris-generaal kan geen enkele wettige volmacht van de voorzitter van het Bureau van het Parlement aantonen, die hem de bevoegdheid geeft de bestreden handelingen inzake het afwikkelen van financiële vraagstukken betreffende de leden van het Europees Parlement vast te stellen, te ondertekenen en mee te delen.
—
Derde onderdeel: schending van het motiveringsvereiste door de auteur van de bestreden handelingen. De gegeven motivering ziet niet op de in deze handelingen in aanmerking genomen feitelijke situatie en bevat een onverzettelijke tegenstrijdigheid tussen het aan de medewerker van verzoekster verweten feit dat hij daadwerkelijk twee taken tegelijkertijd uitvoerde, en het feit dat hij maar één taak, onder uitsluiting van de andere taak, uitvoerde, welke tweede hypothese uitsluitend door de secretaris-generaal is bedoeld.
2.
Tweede middel: gebreken die leiden tot de interne onwettigheid van de bestreden handelingen. Dit middel valt uiteen in negen onderdelen.
—
Eerste onderdeel: de verweten feiten tot staving van de bestreden handelingen zijn niet gepleegd.
—
Tweede onderdeel: de bestreden handelingen zijn vastgesteld in strijd met de algemene rechtsbeginselen en -regels die van toepassing zijn op het bewijs en de bewijslast.
—
Derde onderdeel: het door de secretaris-generaal genomen besluit tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het gevorderde bedrag is bovendien niet in detail gemotiveerd en de berekeningsmethode ervan is evenmin gemotiveerd.
—
Vierde onderdeel: de bestreden handelingen maken een inbreuk op de politieke rechten van de lokale medewerkers van de leden van het Europees Parlements.
—
Vijfde onderdeel: de bestreden handelingen zijn genomen met misbruik van bevoegdheid, voor zover de secretaris-generaal gebruik heeft gemaakt van bevoegdheden om financiële dwang uit te oefenen welke bevoegdheden hem niet toekomen, teneinde de actiemiddelen te beperken van een lid van het Europees Parlement waarvan algemeen bekend en niet betwist was dat de secretaris-generaal de idealen en het politieke programma van dat lid niet deelt.
—
Zesde onderdeel: de bestreden handelingen zijn discriminerend en beogen de politieke activiteiten van verzoekster schade toe te brengen, waardoor sprake is van fumus persecutionis.
—
Zevende onderdeel: de bestreden handelingen maken inbreuk op de onafhankelijkheid van verzoekster als lid van het Europees Parlement.
—
Achtste onderdeel: de bestreden handelingen schenden het beginsel una via electa en doen de vraag van partijdigheid van OLAF rijzen, die slechts onderzoek heeft ingesteld tegen alle Franse leden van het Europees Parlement die zijn verkozen van de lijsten van het Front National.
—
Negende onderdeel: de bestreden handelingen schenden het algemene rechtsbeginsel „le pénal tient le civil en l’état”, op grond waarvan de terugvorderingsprocedure moet worden geschorst hangende de uitslag van andere, met name Franse, procedures, en de regel ne bis in idem.
Full & Egal Universal Law Academy