14.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 419/49
Hogere voorziening ingesteld op 7 september 2016 door FV tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 28 juni 2016 in zaak F-40/15, FV/Raad
(Zaak T-639/16 P)
(2016/C 419/65)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: FV (Sint-Genesius-Rode, België) (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie van 28 juni 2016 in zaak F-40/15 te vernietigen;
—
dientengevolge, de vorderingen die zij in eerste aanleg heeft geformuleerd toe te wijzen en derhalve;
—
haar beoordelingsrapport over 2013 nietig te verklaren;
—
de Raad van de Europese Unie te verwijzen in de kosten;
—
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten van de beide procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de omstandigheid dat het bestreden arrest is gewezen door een rechtsprekende formatie die is ontstaan door schending van artikel 27, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het GVA.
Volgens de rekwirerende partij wordt die schending gekenmerkt door het feit dat besluit 2016/454 van de Raad van 22 maart 2016, tot benoeming van drie rechters bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie, zelf berust op onbevoegdheid, schending van de artikelen 257 en 281 VWEU, schending van bijlage I bij protocol nr. 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie, schending van artikel 13, lid 2, VEU en schending van besluit 2005/150/EG van 18 januari 2015 houdende vaststelling van de voorwaarden en nadere regels voor de indiening en behandeling van kandidaturen met het oog op de benoeming van rechters bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie.
2.
Tweede middel, ontleend aan het ontbreken van controle door de eerste rechter van de kennelijk onjuiste beoordeling, niet-nakoming van de op de verwerende partij rustende motiveringsplicht, niet-nakoming van de motiveringsplicht door de eerste rechter, verkeerde opvatting van het dossier en niet-inachtneming van de gids voor de beoordeling.
3.
Derde middel, ontleend aan niet-nakoming van de zorgplicht en verkeerde opvatting van het dossier.
Full & Egal Universal Law Academy